Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Een plaag zou geen plaag zijn als het allemaal wel meeviel, daarom is het vaak noodzakelijk om de nesten goedschiks of kwaadschiks te verwijderen.
Er zijn in principe drie verschillende manieren om de eikenprocessierups te bestrijden:
De eikenprocessierups heeft een paar natuurlijke vijanden waardoor de populaties in natuurgebieden een stuk minder omvangrijk zijn. Om ervoor te zorgen dat de rupsen ook in bebouwd gebied minder kans krijgen is het belangrijk dat deze natuurlijke vijanden ook daar kunnen wonen.
De koolmees is een bekende vijand en vangt de plaag al vroeg op, omdat ze jonge rupsjes eten die nog geen brandharen hebben ontwikkeld. Hierdoor komen in het algemeen minder brandharen in het milieu. Hang mezennestkastjes in tuinen en bij bedrijven in risicogebieden en de overlast zal aanzienlijk minder worden.
Ook de sluipwesp en sluipvlieg zijn gezworen vijanden van de processierups. Deze insecten leggen eitjes op de huid van de rupsen. Hang daarom insectenkastjes op om deze insecten meer kans op overleven te geven binnen of aan de rand van de bebouwde kom.
Bij chemische bestrijding wordt er gebruik gemaakt van een statisch geladen gif dat op de eikenbladeren in eikenbomen wordt gespoten. Het succes hiervan is afhankelijk van de temperatuur (bij lage temperatuur werkt het gif minder goed) en of het regent of niet. Als het regent kan het gif wegspoelen en in de bodem terecht komen, wat natuurlijk niet goed voor het milieu is.
Afhankelijk van de grootte van de boom is er een flinke hoeveelheid gif nodig. Ga er maar vanuit dat er vele liters gif nodig is om de rupsen doeltreffend te bestrijden.
Bij het inademen van de brandhaartjes treedt irritatie op van de luchtwegen. Dit gaat gepaard met niezen, keelpijn, slikstoornissen en eventueel ademhalingsmoeilijkheden door spasme van de luchtwegen.
Bij inname kunnen ontstekingen ontstaan van het mondslijmvlies en het maagdarmkanaal. Dit gaat gepaard met symptomen als speekselvloed, overgeven en buikpijn.
De brandharen op de rug van de rupsen lopen uit op een punt en bevatten weerhaakjes. Zij komen gemakkelijk los bij aanraking of worden meegevoerd door de wind, zodat ook wandelaars en fietsers kunnen worden getroffen. De haartjes zijn slechts 0,2 tot 0,3 millimeter lang, maar elke rups heeft er honderdduizenden tot een miljoen van.
De haren verschijnen vanaf ongeveer half mei tot eind juni op de rupsen. De haren blijven ook na het vertrek van de rupsen in de nesten, die aan de stammen en dikke takken hangen, aanwezig. Na jaren kunnen deze nesten bij aanraking nog overlast veroorzaken.
Ook dieren, met name honden, kunnen last hebben van de brandharen van de rups.
De eikenprocessierups is een bladvretende rups van de eikenboomvlinder. De rupsen hebben een grijzig lichaam bedekt met lange witte haren, die in lange rijen (processies) aan bomen hangen.
Zo worden de brandharen verspreid:
De brandharen kunnen in een straal van 100 meter rond de boom van een rupsennest zorgen voor overlast. Ook oude nesten (met resten van brandharen) kunnen nog meerdere jaren voor overlast zorgen.
De processierups is normaal gesproken het meest actief tussen half april en half juli. De periode met overlast begint doorgaans begin juni, wanneer de rupsen hun brandharen afschieten. In de zomermaanden (juni, juli en augustus) is de overlast het grootst.
Een overzicht van de verschillende stadia van de eikenprocessierups:
| Stadium processierups | Periode | Overlast |
|---|---|---|
| Net gelegde eitjes | Augustus en september | Gemiddeld (brandharen in lege nesten) |
| Eitjes | Begin oktober tot half april | Meestal zeer beperkt |
| Jonge rupsen | Begin april tot half mei | Meestal zeer beperkt |
| Rupsen met brandharen | Begin juni tot half juli | Hoog (afschieten brandharen) |
| Poppen | Begin juli tot half augustus | Hoog (volop brandharen in nesten) |
| Vlinder | Eind juli tot eind september | Gemiddeld (brandharen in lege nesten) |