Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Als je in goede conditie verkeert en voldoende weerstand hebt, kan je lichaamseigen afweersysteem potentieel ziekmakende bacteriën eigenhandig de baas. Althans, tot op zekere hoogte en in zekere mate. Of je lichaam bacteriën op eigen kracht kan bestrijden, is (behalve van je weerstand) afhankelijk van de soort bacterie, diens eigenschappen, het aantal bacteriën en de locatie van de bacteriële broedhaard. Kan je lichaam een bacterie niet te lijf gaan, dan hebben artsen de keuze uit een heel scala aan antibiotica, elk met zijn specifieke werking. Aan de hand van de klachten van de patiënt (en soms met behulp van laboratoriumonderzoek) bepaalt de arts welk antibiotische middel het meest effectief zal zijn (bron)…
Voor genezing van een bacteriële infectie dankzij een antimicrobieel middel dient in beginsel aan een tweetal voorwaarden te worden voldaan:
De gevoeligheid van bepaalde bacteriën jegens bepaalde antibiotica is voornamelijk afhankelijk van het type antibioticum dat wordt ingezet. (bron) Zo bestaan er opvallend krachtige en relatief zwakke antibiotica, evenals smalspectrum- en breedspectrumantibiotica. Hoe krachtiger een antibioticum, des te groter de werkzaamheid en des te zwaarder de bijwerkingen.
En hoe breder het spectrum, des te méér verschillende bacteriën worden geremd of vernietigd…
Elk soort antibioticum (ongeacht groep, klasse of subklasse) kan worden gekenmerkt als bacterieremmend óf bacteriedodend. Bacterieremmende oftewel ‘bacteriostatische’ antibiotica (doxycyline, tetracycline e.a.) zorgen ervoor dat bacteriën tijdelijk slechter zullen groeien en zich minder snel kunnen voortplanten c.q. vermenigvuldigen, zodat het lichaam de kans krijgt aan te sterken en de bacteriehaard eigenhandig te bestrijden. Bacteriedodende oftewel ‘bactericide’ antibiotica (penicilline, cefalosporine e.a.) beschadigen de celwand van bacteriën zodat ze daadwerkelijk sterven.
Antibiotica kunnen op velerlei verschillende manieren worden toegediend / ingenomen, namelijk: topisch via lokale / plaatselijke zalf, crème, gel of druppel op de huid (cutaan), nasaal, dus opsnuiven met verstuiver / vernevelaar via de neus, bronchiaal, met inhaleren / inhalator inademen via de mond, oraal als pil, tablet of capsule doorslikken, enteraal via maagsonde, transmucosaal, dus diffusie door een slijmvlies, via een eenmalige parentale (subcutane, intracutane, intramusculaire of intraveneuze) injectie of langdurig infuus, anaal / rectaal via zetpil of anale zalf, of vaginaal middels vaginale crème… Enkele voorbeelden van bekende antibiotica zijn als volgt:
De aangewezen toedieningsvorm van een AB is afhankelijk van aandoening, medicijnwerking en patiënttoestand. Orale antibiotica (pillen, tabletten, capsules en drankjes) worden nog altijd het vaakst voorgeschreven, maar aangezien ze meestal niet tegen lage pH-waardes (qua zuurgraad) kunnen, werken ze niet altijd optimaal.
Antibiotica zijn medicijnen die worden gebruikt om bacteriële infecties te bestrijden. Ze werken door de groei en verspreiding van bacteriën te remmen of door ze te doden. Er zijn verschillende soorten antibiotica die specifiek zijn ontwikkeld voor katten. Deze medicijnen kunnen worden voorgeschreven om verschillende aandoeningen te behandelen, waaronder luchtweginfecties, urineweginfecties, huidinfecties en tandheelkundige infecties.
Enkele veel voorkomende antibiotica die aan katten worden voorgeschreven zijn:
De keuze van het juiste antibioticum hangt af van de specifieke infectie en de gevoeligheid van de bacteriën voor het medicijn. Het is belangrijk om alleen antibiotica te gebruiken die zijn voorgeschreven door een dierenarts, en om de voorgeschreven dosering en behandelingsduur strikt te volgen.
Gezien de lage resistentie die we vonden voor S. aureus in de commensale microbiota zullen hieraan gerelateerde huidinfecties in Nederland goed te behandelen zijn met de orale antibiotica die in de NHG-Standaard aanbevolen worden. De uiteindelijke effectiviteit van het antibioticum is uiteraard nog van vele andere factoren afhankelijk, zoals bijvoorbeeld het ziektebeeld en de therapietrouw van de patiënt.
De data waarop deze tekst is gebaseerd zijn verzameld in het kader van de APRES-studie. De studie is gesubsidieerd door de Europese Commissie en heeft in negen Europese landen de resistentiepatronen in commensale S. aureus, voorschrijfdata en nationale behandelrichtlijnen geanalyseerd. In de APRES-studie is samengewerkt tussen het NIVEL en de universiteiten van Maastricht, Antwerpen en Nottingham. Meer informatie is te vinden op www.nivel.eu/apres.