Blog

Wat is Niet-Melanome Huidkanker?

Inleiding

Na het basaalcelcarcinoom is het plaveiselcelcarcinoom het meest voorkomende type niet-melanocytaire huidkanker (de verhouding plaveiselcelcarcinoom-basaalcelcarcinoom is ongeveer één op vier).3 Net als bij het basaalcelcarcinoom is ook hiervan de incidentie de laatste jaren gestegen. Op dit moment worden in Nederland jaarlijks naar schatting 50.000 nieuwe gevallen van niet-melanocytaire huidkanker gediagnosticeerd, ongeveer 37.000 basaalcelcarcinomen en 13.000 plaveiselcelcarcinomen.

Actinische keratose is een zeer veelvoorkomende aandoening, met als klinische kenmerken erytheem en irregulaire, ruw aanvoelende verhoorning.56 De aangedane plekken kunnen solitair of multipel voorkomen. Actinische keratose ontstaat onder invloed van uv-straling en de voorkeurslokaties zijn dan ook zonbeschenen delen van de huid, zoals schedel, oorschelpen, gelaat en handruggen. Actinische keratose kan op den duur overgaan in een plaveiselcelcarcinoom. Onderzoekers schatten deze kans op maligne ontaarding verschillend in. Dodson et al. schatten haar op 6-10% in een periode van tien jaar.7 Aangezien niet te voorspellen is welke actinische keratose zich zal ontwikkelen tot een invasief plaveiselcelcarcinoom, adviseert de Richtlijn actinische keratosen van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) om alle actinische keratosen te behandelen, bijvoorbeeld door middel van cryotherapie.8

De ziekte van Bowen is een plaveiselcelcarcinoom in situ en wordt meestal gezien bij personen van boven de 60 jaar, meestal vrouwen (70-85%). Voorkeurslokaties zijn de onderbenen (75% van de gevallen). Tien tot twintig procent van de patiënten heeft multipele laesies.4 De incidentie, in een blanke populatie, wordt geschat op 15 per 100.000 per jaar.9

Een plaveiselcelcarcinoom kan, in zeldzame gevallen ook ontstaan in een chronisch ulcus (bijvoorbeeld ulcus cruris) of in een litteken (bijvoorbeeld in door brandwonden veroorzaakte littekens.). Andere risicofactoren zijn een lichte huid en vooral immunodeficiëntie (bijvoorbeeld na een orgaantransplantatie).

Onderzoeken

Als de huisarts het plekje op de huid niet vertrouwt, geeft hij of zij een verwijzing naar een dermatoloog. Een dermatoloog is een huidarts.

Verwijderen van het melanoom

Het onderzoek naar een melanoom begint eigenlijk altijd met het weghalen van het plekje. De dermatoloog verwijdert het plekje en snijdt eromheen ook een extra randje gezonde huid weg.

Onderzoeken om uitzaaiingen op te sporen:

Schildwachtklierprocedure

Een melanoom kan uitzaaien. Dat gebeurt als er kankercellen losraken van het melanoom. De uitzaaiingen komen het eerst in de lymfeklieren in de buurt van het plekje. Die klier heet de schildwachtklier.

Tijdens het onderzoek verwijdert de arts de schildwachtklier om hem verder te kunnen onderzoeken. In het laboratorium kijkt de patholoog of er uitzaaiingen in de klier zitten.

Echo

Zijn er lymfeklieren gevonden die vergroot zijn? Dan gebruikt de arts een echo om te kijken of er uitzaaiingen in lymfeklieren zitten.

Een echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Deze golven hoor je niet. De weerkaatsing (echo) van de golven maakt organen en weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Zo kan de arts de organen in het lichaam bekijken en een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.

Tijdens het onderzoek smeert de arts of echolaborant gel op de huid. Hij of zij beweegt een klein apparaatje over de huid dat de geluidsgolven uitzendt.

Punctie

Bij een punctie haalt de arts vocht uit de lymfeklieren weg om te onderzoeken op uitzaaiingen. Dat gebeurt met een dunne, holle naald. Een patholoog onderzoekt het vocht onder de microscoop.

Soms maakt de arts ook gebruik van echografie of een scan. Zo kan de arts precies zien wat hij of zij doet.

CT-scan

Als er een kans is dat het melanoom is uitgezaaid, kan de arts een CT-scan aanvragen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Het scan-apparaat maakt gebruik van röntgenstraling en een computer.

Symptomen van basaalcelcarcinoom

Meestal merkt de patiënt een klein, glanzend bultje op, zoals een doorschijnende parel, die langzaam groeit. Soms zijn er verwijde bloedvaten te zien. Na verloop van tijd verschijnt er een zweertje in het midden van het bultje en daaromheen een glanzende rand. Het pijnloze zweertje is vaak vochtig en heeft een korst die gemakkelijk loslaat of spontaan verdwijnt. Vervolgens wordt er een nieuwe korst gevormd. Op de romp manifesteert een basaalcelcarcinoom zich vaak als een stukje eczeem.

Een klein wondje, dat niet geneest, of een onverklaarbaar rood en ruw plekje kan ook duiden op basaalcelcarcinoom.

Symptomen van plaveiselcelcarcinoom

Plaveiselcelcarcinoom begint doorgaans als een roze of rood puistje, dat soms bedekt is met een schilferige korst, bestaande uit dode, witte huid. Als deze korst loslaat, blijft er een oppervlakkig wondje over. Het glanzende uiterlijk en de verwijde bloedvaten van basaalcelcarcinoom blijven achterwege.

Op de lippen neemt PCC gewoonlijk de vorm aan van een wondje of een witte vlek die langzaam groeit en er schilferig uitziet. Dergelijke afwijkingen kunnen verschijnen bij een langdurige huidaandoening, zoals een chronische wonde of infectie.

Voorstadia van huidkanker

Kliniek

Er zijn, in grote lijnen, drie klinische typen van het basaalcelcarcinoom: het nodulaire type, het superficiële type en het cicatriciële (sclerotische) type. Deze klinische indeling komt nagenoeg overeen met de histopathologische indeling naar groeiwijze: compact, oppervlakkig en sprieterig. Er is nog een vierde, zeldzame histologische groeiwijze, namelijk de micronodulaire, die zich klinisch kan voordoen als een cicatricieel of als een nodulair basaalcelcarcinoom.

Ongeveer 70% van de basaalcelcarcinomen bevindt zich in het gelaat, 25% op de romp en 5% op de penis, vulva of perianale huid. Een basaalcelcarcinoom is niet op slijmvliezen gelokaliseerd.

Vaak komen basaalcelcarcinomen multipel voor en heeft patiënt bij presentatie meerdere basaalcelcarcinomen. Het is daarom belangrijk om bij een eerste dermatologisch onderzoek de gehele huid te onderzoeken.

Zowel het nodulaire als het superficiële basaalcelcarcinoom kan wisselende hoeveelheden pigment bevatten, waardoor de laesie bruin verkleurt [figuur 4] . Dit is het geval bij 2-5% van de patiënten, met name degenen van Aziatische of Afrikaanse afkomst. In de differentiaaldiagnose staan dan verruca seborroica, naevus naevocellularis of een melanoom.

Vijf tot tien procent van de basaalcelcarcinomen is een cicatricieel (sclerotisch) basaalcelcarcinoom. Klinisch ziet men bij dit type vaak een onscherp begrensde, vlakke, licht erythemateuze afwijking met soms atrofie of een klein oppervlakkig wondje [figuur 5] . Wanneer men de huid spant, wordt het glanzende aspect van dit type basaalcelcarcinoom duidelijker.

Behandelingen

Hoe een melanoom behandeld wordt, hangt van veel dingen af. De dermatoloog zal altijd proberen het melanoom te verwijderen. Als er uitzaaiingen zijn, volgen aanvullende behandelingen. De dermatoloog bespreekt wat de mogelijkheden zijn.

De volgende behandelingen zijn er voor een melanoom:

Operatie

De behandeling van melanoom begint met een operatie. De dermatoloog verwijdert het melanoom om het in het laboratorium te laten onderzoeken door de patholoog.

Als het plekje inderdaad een melanoom is, volgt een tweede operatie. De dermatoloog verwijdert dan het litteken en een randje gezonde huid daaromheen. Het stukje huid gaat voor onderzoek weer naar de patholoog.

Operatie van uitzaaiingen

Sommige uitzaaiingen van een melanoom zijn met een operatie te verwijderen. Of dit mogelijk is, hangt af van de plek van de uitzaaiingen en hoeveel het er zijn.

Chemotherapie in een arm of been (ledemaatperfusie)

Grote melanomen in een arm of been die niet te verwijderen zijn, kunnen soms met medicijnen behandeld worden. Het been of de arm krijgt dan een hoge dosis chemotherapie samen met doelgerichte therapie. Bij deze behandeling komen de medicijnen niet verder in het lichaam. De naam voor deze behandeling is ledemaatperfusie.

Bij een ledemaatperfusie worden de bloedvaten in het been of de arm afgesloten van de andere bloedvaten in het lichaam. Dit is nodig omdat er geen bloed vanuit het been of de arm ergens anders in het lichaam mag komen. Voor deze behandeling is een hart- longmachine nodig die een deel van de bloedsomloop overneemt. De arts legt verder uit hoe de behandeling precies werkt.

Doelgerichte therapie

Ongeveer de helft van de mensen met een uitgezaaid melanoom blijkt een verandering (mutatie) in het BRAF-gen te hebben. Zij kunnen in aanmerking komen voor doelgerichte therapie. Deze behandeling wordt niet in elk ziekenhuis gegeven.

Immunotherapie

Soms is een behandeling mogelijk met immunotherapie. Bij immunotherapie zorgen de medicijnen ervoor dat het afweersysteem de tumor beter kan aanvallen. Deze behandeling wordt niet in elk ziekenhuis gegeven.

Voor 16:00 besteld: dezelfde dag verzonden
Gratis verzending vanaf € 75
Klantenservice met jaren ervaring
Gratis sample bij je bestelling!