Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Een Borrelia-lymfocytoom is een typische uiting van de ziekte van Lyme. Het is een pijnloze gladde blauwrode tot paarsrode bobbel of verdikking in de huid van één tot een paar centimeter groot. Het Borrelia-lymfocytoom ontstaat bij ongeveer 3% van de patiënten en is in vergelijking tot het EM zeldzaam. Als deze ontstaat dan is dat vaak in de eerste paar maanden na de tekenbeet.
Een Borrelia-lymfocytoom komt relatief vaker voor bij kinderen dan bij volwassenen. Bij kinderen zit een Borrelia-lymfocytoom vaak aan het oor, bij volwassenen meestal op de borst of bij de tepel. Op de tepel ontbreekt vaak de blauwrode kleur, zodat de tepel alleen verdikt is, meestal drukpijnlijk is en vast aanvoelt. Andere veelvoorkomende plaatsen zijn de neus, de balzak, de schouders en de bovenarmen. Vaak ontstaat het lymfocytoom op of nabij de plek van de tekenbeet. Soms is een nabijgelegen lymfeklier gezwollen.
Net als bij het EM verdwijnt het lymfocytoom uiteindelijk vanzelf, maar ook hierbij betekent dat niet dat de patiënt genezen is.
Andere benamingen zijn: Borrelia-pseudolymfoom en lymfadenosis benigna cutis.
Wanneer iemand het heeft over huiduitslag wordt meestal een huidverandering bedoeld met rode vlekjes en bultjes over een groot huidgebied. Huiduitslag is geen medische term.
Met huid uitslag wordt meestal iets anders bedoeld dan met een huid ziekte .
Over het algemeen wordt met met huiduitslag een (uitgebreide) huidreactie bedoeld die wordt uitgelokt door iets búiten de huid zelf zoals een infectie met een virus of bacterie ergens anders in het lichaam of bijvoorbeeld een huidreactie op een geneesmiddel dat geslikt wordt.
Een huidziekte wordt beschouwd als een meer op zichzelf staand probleem waarvan de oorsprong ligt in de huid of in het immuunsysteem van de huid. Eczeem en psoriasis zijn hier voorbeelden van.
Hieronder een overzicht van de meest voorkomende oorzaken van huiduitslag.
Het atopisch eczeem vormt een onderdeel van het “atopisch syndroom” . Hieronder vallen ook astma (benauwdheid en piepen), hooikoorts (verstopte neus, tranende ogen, niezen) en voedingsallergie (bijvoorbeeld voor pinda’s of noten) Vaak heeft de patiënt één of meerdere familieleden met één of meerdere van deze vier ziektebeelden. Het is inmiddels duidelijk dat een kind met atopisch eczeem ook later klachten kan krijgen van hooikoorts, astma of voedingsallergie. Andersom is het ook mogelijk. Een kind die op jonge leeftijd al symptomen heeft van hooikoorts of astma kan later ook eczeem ontwikkelen.
Atopisch eczeem is genetisch bepaald en kan daarom niet worden genezen. De aanleg voor atopisch eczeem wordt erfelijk overgedragen en kan al snel na de geboorte tot uiting komen. Studies tonen aan dat er niet één maar meerdere genen (= dit zijn stukjes erfelijk materiaal gelegen op de chromosomen ) gerelateerd zijn aan het ontstaan van atopisch eczeem. Zeker één deze genen is betrokken bij de opbouw van de huid barrière. Andere genen spelen een rol bij het ontstaan van het overgevoelig afweersysteem bij eczeem.
Mutatie filaggrine eiwit. Een deel van de patiënten met atopisch eczeem heeft een mutatie in het gen die verantwoordelijk is voor het aanmaken van filaggrine eiwit. Filaggrine ( oftewel: filament aggregating protein) heeft een belangrijke rol in de functie van de huid barrière. Filaggrine speelt een belangrijke rol in het dicht houden van de huid en ook als natuurlijke bevochtiger van de huid (zogenaamde “natural moisturizer) . Bij mutaties in dit gen ontstaat een droge huid en een verslechterde huidbarrière. De huid is hierdoor constant “lek”. Door dit verstoorde huid barrière kunnen bacteriën en virussen gemakkelijker van buitenaf de huid binnendringen maar vice versa ook water en voedingstoffen van binnenuit naar buiten ontsnappen. Waarschijnlijk hebben mensen met atopisch eczeem ook mutaties in andere genen die ook andere huidbarrière eiwitten aanmaken, maar dit wordt momenteel nog onderzocht. Verder zijn er aanwijzingen dat dit defect in de huidbarrière een ontstekingsreactie uitlokt bij eczeem, wat de klachten van roodheid, zwelling en jeuk kan verklaren. Het afweersysteem probeert hiermee het defect in de huid dus op te lossen maar veroorzaakt tegelijkertijd juist meer problemen voor de persoon met eczeem.