Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Er zijn 3 grote types huidkanker : het spinocellulair carcinoom, het basocellulair carcinoom, en het melanoom. De eerste twee types noemt men de non-melanoma huidkankers. Deze zijn relatief ongevaarlijk, maar moeten uiteraard ook behandeld en opgevolgd worden. Eén persoon op zes krijgt hier ooit mee te maken! Dit is frequenter dan borstkanker bij vrouwen!
Het melanoom daarentegen is een echte doder. Eén persoon op vijftig krijgt ooit een melanoom.
Deze 3 types samen maken dat dit de meest voorkomende kanker is!
Huidkanker is de meest voorkomende kanker
Via de Doktr-app spreek je snel met een erkende huisarts via video, zonder afspraak. De huisartsen kunnen je helpen met begeleiding en beoordeling van de symptomen. Indien nodig kunnen ze je doorverwijzen voor verder onderzoek en eventuele behandeling.
Als het vermoeden bestaat dat de kanker is uitgezaaid, wordt meestal een operatie uitgevoerd om de tumor te verwijderen. Meer onderzoeken en soms meer operaties kunnen nodig zijn om ervoor te zorgen dat er geen kanker achterblijft.
Hieronder volgen enkele voorbeelden van dergelijke onderzoeken en operaties:
Er bestaan verschillende vormen van huidkanker. Hieronder vind je de 5 meest voorkomende soorten terug.
De behandeling van kwaadaardige huidtumoren hangt af van de noden van zowel de huidkanker en van het individu. Er zijn een aantal verschillenden behandelopties. Deze worden in een multidisciplinair oncologisch consult besproken waarbij artsen uit verschillende disciplines de juiste behandeling voor de patiënt bespreken. De verschillende behandelingen die gebruikt kunnen worden om een melanoom te verwijderen zijn de volgende:
Bij chirurgie verwijderen ze eerst het melanoom door de tumor en eventueel het stukje huid rond de tumor weg te snijden. Hoeveel ze wegsnijden hangt af van de grootte en dikte van de tumor. Wanneer dit een groot oppervlak is, voeren ze een huidtransplantatie uit omdat de wonde niet dichtgenaaid kan worden.
Wanneer er voor radiotherapie wordt gekozen, bestralen ze het gedeelte van de huid waar de tumor zit. Dit kan ook een opvolgbehandeling zijn na de chirurgische verwijdering van de tumor. Op deze manier worden kwaadaardige cellen vernietigd.
Chemotherapie wordt voornamelijk gebruikt als de tumor vrij dik is omdat dit het risico op uitzaaiingen verhoogt. De chemo remt het ziekteproces af en vermindert de klachten.
Wanneer een melanoom al sterk ontwikkeld is en op de huid van een arm of een been voorkomt, kan worden beslist om een zeer intensieve behandeling te gebruiken. Geïsoleerde ledemaatperfusie is een behandeling waarbij de bloedsomloop naar het arm of het been wordt afgesloten om dan het lichaamsdeel te “wassen” met chemotherapeutische geneesmiddelen. De dosissen liggen dan veel hoger omdat ze geen andere organen kunnen beschadigen doordat het lichaamsdeel dat ermee behandeld wordt, afgesloten is van de rest van het lichaam.
Radiotherapie (bestraling) wordt vaak na een operatie gegeven om eventueel achtergebleven kankercellen te vernietigen, en de kans op terugkeer van een tumor te verminderen. Na een besparende operatie is het standaard om te bestralen. De straling beschadigt het erfelijk materiaal (DNA) in tumorcellen, waardoor er celdood optreedt.
In het algemeen zijn de vooruitzichten zeer goed, afhankelijk van de localisatie. Als het plaveiselcelcarcinoom volledig is verwijderd zullen naderhand vrijwel nooit problemen optreden.
De mogelijkheid bestaat echter dat het plaveiselcelcarcinoom uitzaait naar de lymfeklieren of andere organen. Het risico hiervoor is het hoogst bij grote plaveiselcelcarcinomen die zich bevinden op de oren en de lippen. Als uitzaaiïng is opgetreden zijn de vooruitzichten veel minder gunstig en wordt verwezen naar de oncologisch chirurg of medisch oncoloog. Na de behandeling volgt gewoonlijk een periodieke dermatologische controle gedurende minimaal 5 jaar. Het doel hiervan is een eventuele terugkeer of uitzaaiing naar de lymfeklieren op te sporen en om nieuwe uitingen van huidkanker te ontdekken.
De polikliniek dermatologie bevindt zich op de eerste verdieping van de polikliniek, receptie N.
Afsprakenbalie polikliniek dermatologie (020) 4440 522.
Ma - vrij (8.30-12.00 en 13.30-15.30 uur).
Na de behandeling is het belangrijk dat je gezondheidstoestand wordt opgevolgd. Je krijgt een persoonlijk schema van consultaties en aanvullende onderzoeken (bloedonderzoek, beeldvorming…). Die gebeuren in het begin op regelmatige basis, maar vervolgens geleidelijk minder frequent. Als er tussen twee controles nieuwe aandoeningen of symptomen optreden, is het belangrijk zo snel mogelijk je arts op de hoogte te brengen.
Ondanks alle uitgevoerde onderzoeken zijn regelmatige controleonderzoeken noodzakelijk omdat het mogelijk is dat sommige kankercellen hebben overleefd en eventueel andere organen zijn binnengedrongen. Het risico op uitzaaiingen is des te groter naarmate het melanoom op het moment van diagnose omvangrijker is. Het doel van de controleonderzoeken is snel een eventueel herval te kunnen ontdekken en te behandelen.
Tijdens de onderzoeken controleert de arts of de omliggende lymfeklieren bij de tumor niet in volume zijn toegenomen. Als dat het geval is, is een nieuwe behandeling nodig om nog meer metastases te voorkomen.
Bij het controleonderzoek worden ook het litteken en het gebied tussen het litteken en de omliggende lymfeklieren onderzocht. Zo kunnen eventuele metastasen worden gedetecteerd.
Remissie betekent een vermindering of volledige verdwijning van tekenen die wijzen op de aanwezigheid van kanker. Als alle symptomen zijn verdwenen, is er sprake van volledige remissie. Dat betekent niet noodzakelijk dat de aandoening volledig en permanent voorbij is. Mogelijk hebben sommige kankercellen het overleefd en zijn ze te klein om te worden gedetecteerd. Maar ze kunnen wel het begin zijn van een toekomstige herval. Pas als er nog een extra periode is overbrugd, waarbij medische onderzoeken geen enkele afwijking of kankercel meer kunnen detecteren, is er sprake van genezing. De duur van deze periode hangt af van het kankertype.
Het weefsel dat hiervoor nodig is kan op verschillende manieren verwijderd worden:
• via de huid
• tijdens een echografie (echogeleide punctie)
• tijdens een scopie
• tijdens een (kijk)operatie
Voor welke manier gekozen wordt, is afhankelijk van de plaats van de afwijking.
Tijdens de ingreep worden cellen via een naald opgezogen (een punctie) of een stukje weefsel weggenomen (een biopt). Als het nodig is, wordt u plaatselijk verdoofd. Het verzamelde weefsel en/of de cellen en/of het vocht worden in het laboratorium onder meer met behulp van een microscoop onderzocht (cytologisch onderzoek). De uitslag van het onderzoek krijgt u vaak na 1-2 weken.
Op grond van onderstaande kenmerken van het plaveiselcelcarcinoom adviseert uw arts u over de behandeling:
De voorkeursbehandeling van het plaveiselcelcarcinoom is een operatieve verwijdering. Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. Er wordt gestreefd naar een zo gunstig mogelijk cosmetisch resultaat. Het is van belang dat het plaveiselcelcarcinoom volledig wordt verwijderd. Om hiervan zeker te zijn wordt het verwijderde weefsel altijd microscopisch onderzocht. Als het plaveiselcelcarcinoom niet met zekerheid volledig is weggenomen, moet de ingreep opnieuw worden uitgevoerd.