Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Een huiduitslag is een term die gebruikt om een plotselinge afwijking van de huid aan te geven die gepaard gaat met roodheid, vlekken of bulten. Een huiduitslag kan met of zonder jeuk-of pijnklachten gepaard gaan. Een huiduitslag op zich is geen ziekte of diagnose maar een symptoom. Het is de taak van de dermatoloog om uit te zoeken welke mogelijk oorzaken er kunnen zijn voor het ontstaan van de huiduitslag.
Een huiduitslag is een plots verschijnen van rode, roze of paarsrode bultjes of vlekjes op een bepaalde lichaamsdeel (bijv. het gezicht of de handen) of over grotere delen van het lichaam. Wanneer de gehele huid rood is spreken we ook wel van erytrodermie. Een huiduitslag kan gepaard gaan met jeuk, pijn, branderigheid of soms met gevoelens van onwelbevinden, ziek –zijn en (hoge) koorts.
Waarschijnlijk heb je het zelf wel eens ervaren of bij een ander gezien, acute huiduitslag door stress. Vaak ontpopt de ergerlijke kwaal zich tijdens een situatie die stress oproept, zoals een presentatie, functioneringsgesprek of sollicitatie. Acute huiduitslag in de hals of het gezicht door stress tijdens bijvoorbeeld een belangrijke presentatie kan erg vervelend zijn. De stressvlekken laten de buitenwereld zien dat je nerveus bent en dat is vaak het laatste dat je wilt. Wanneer het lichaam tot rust komt, zullen de plekken echter vanzelf verdwijnen.
Maar waar komen die rode vlekken vandaan? Het lichaam maakt in korte tijd veel histamine vrij. Het vrijkomen van histamine uit cellen zorgt ervoor dat bloedvaten verwijden en de wanden verdunnen1. Daardoor komen vocht en immuuncellen via de bloedbaan naar je huid. Een nuttig proces, omdat het helpt om je huid van allergenen te ontdoen. Maar het zorgt ook voor die opvallende rode plekken, die vooral in je nek of gezicht opduiken.
Stress leidt soms ook tot klachten van chronische aard zoals eczeem. Eczeem is een ontstekingsreactie in de bovenste lagen van de huid. Dit ontstaat wanneer de huidbarrière is verstoord. Stress kan een oorzaak zijn van een verstoorde huidbarrière en dit kan atopisch eczeem en seborroïsch eczeem als gevolg hebben. 3
Atopisch eczeem is vaak een erfelijke vorm van eczeem, chronisch of slechts kortdurend. De ernst van dit soort eczeem heeft soms ook te maken met bepaalde bacteriën. De kans is groot dat kinderen met atopisch eczeem allergieën ontwikkelen. Deze vorm komt voor bij 5-15% van de kinderen en bij 1-3% van de volwassenen.
Seborroïsch eczeem treft ongeveer 3% van de bevolking en treedt vaak pas op na de puberteit. Voorkeursplaatsen voor dit soort eczeem zijn de haargrenzen, wenkbrauwen, plooien naast de neus en in/achter de oren. Seborroïsch eczeem kan jeuk geven, maar niet zo ernstig als atopisch eczeem.
Start nu met e-learning en ontvang tot wel 27.5% korting! E-learningAtopisch eczeem ontstaat door een tekort aan fillagrine. 4 Dit is een eiwit in de huid met als taak vocht vast te houden in de hoornlaag. Fillagrine is opgebouwd uit histidine, een bouwstof voor verschillende stofjes zoals glutamaat, histamine en ijzer. Wanneer we bij stress veel glutamaat en histamine aanmaken, kan een tekort aan fillagrine het gevolg zijn. De huid wordt daardoor kwetsbaarder en er ontstaat sneller een ontstekingsreactie.
Stress kan ook zorgen voor soborroïsch eczeem, dat veroorzaakt wordt door talgverstoppingen in de huid. Talg ontstaat bij een tekort aan vitamine A en teveel aan cortisol of testosteron.
In de inleiding werd al aangegeven dat huiduitslag geen medische term is en er ook geen vaste definitie van bestaat. Het verschil tussen het begrip huiduitslag en huidziekten is dan ook niet heel scherp gedefinieerd, maar algemeen wordt geaccepteerd dat huidziekten in eerste instantie hun oorzaak vinden in de huid zélf. Sommige huidziekten kunnen soms zo snel opkomen en zulke grote huiddelen bedekken dat ze wel eens kunnen lijken op ‘huiduitslag’. Voorbeelden hiervan zijn psoriasis guttata, en pityriasis rosea. Ook sommige infecties kunnen wel eens worden aangezien voor huiduitslag, zoals bijvoorbeeld pityriasis versicolor (een oppervlakkige gistinfectie van de huid). Ook galbulten kunnen soms in korte tijd over een groot deel van de huid ontstaan en in die zin ook als een vorm van huiduitslag gezien worden.
Raadpleeg bij elke huiduitslag die u niet met zekerheid kunt herkennen uw (huis)arts! Dit geldt al helemaal voor vormen van huiduitslag die met algemene ziekteverschijnselen gepaard gaan!
Aan huiduitslag gerelateerde onderwerpen
Literatuur
Korman A et al: Viral exanthems: An update on laboratory testing of the adult patient. J Am Acad Dermatol. 2017 Mar,76(3):538-550
Keighley CL et al: Viral exanthems. Curr Opin Infect Dis. 2015 Apr,28(2):139-50
Hierzu zählen Wirkstoffe, die nicht an den H1-Rezeptoren (wie die H1-Antihistaminika), sondern an anderen Histamin-Rezeptoren im Körper wirken. Dementsprechend bezeichnet man sie als H2-, H3- beziehungsweise H4-Antihistaminika.
Diese Antihistaminika helfen gegen säurebedingte Magenbeschwerden: Ihre Zielstrukturen sind H2-Rezeptoren, die sich auf den sogenannten Belegzellen der Magenschleimhaut befinden.
Diese Zellen produzieren die Magensäure. Histamin veranlasst deren Freisetzung, wenn es an den H2-Rezeptoren bindet. Wenn H2-Antihistaminika aber die Rezeptoren für Histamin blockieren, setzen die Belegzellen keine Magensäure frei.
Mediziner verordnen H2-Antihistaminika daher zum Beispiel zur Behandlung oder Vorbeugung von Magen- oder Darmgeschwüren sowie Sodbrennen.
Zu den H2-Antihistaminika gehören Wirkstoffe wie Cimetidin sowie Famotidin. Beide sind in Deutschland rezeptpflichtig. In Österreich gilt das Gleiche für Cimetidin-Präparate, während solche mit Famotidin teilweise rezeptfrei sind. In der Schweiz sind derzeit keine H2-Antihistaminika im Handel.
H3-Rezeptoren befinden sich vor allem im zentralen Nervensystem (ZNS = Gehirn und Rückenmark). Sie sind Teil eines Feedback-Mechanismus im Körper: Bindet Histamin an diese Rezeptoren, sinkt die Freisetzung von weiterem Histamin im zentralen Nervensystem.
In diesen Feedback-Mechanismus können H3-Antihistaminika (H3-Rezeptorblocker) eingreifen: Sie besetzen die H3-Rezeptoren, wodurch vermehrt Histamin im zentralen Nervensystem freigesetzt wird. Das fördert die Wachheit.
So können H3-Antihistaminika gegen starke Tagesmüdigkeit bei Narkolepsie und bei obstruktiver Schlafapnoe helfen. Außerdem behandelt man mit ihnen die Innenohrerkrankung Morbus Menière.
Beispiele für diese Wirkstoffgruppe sind Pitolisant und Betahistin. Präparate mit diesen Antihistaminika sind in Deutschland, Österreich und der Schweiz rezeptpflichtig.