Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Een vlekje, plekje of knobbeltje op je huid dat er anders uitziet dan normaal. Is het onschuldig of is het huidkanker? Hieronder lees je hoe je huidkanker kunt herkennen en welke soorten huidkanker er zijn.
Huidkanker is een van de meest voorkomende kankersoorten. Ongeveer 1 op de 6 Nederlanders krijgt huidkanker. De belangrijkste oorzaak van huidkanker is veel in de zon zijn.
Er zijn verschillende soorten huidkanker:
Basaalcelcarcinoom
Een basaalcelcarcinoom of basaalcelkanker is de meest voorkomende soort huidkanker. Dit is de minst gevaarlijke vorm van huidkanker. Deze vorm van huidkanker zaait bijna nooit uit. Wel moet hij behandeld worden omdat hij anders diep de huid kan groeien.
Plaveiselcelcarcinoom
Ongeveer 15% van alle huidtumoren is een plaveiselcelcarcinoom of plaveiselcelkanker. Plaveiselcelcarcinomen kunnen uitzaaien.
Melanoom
Ruim 12% van alle soorten huidkanker is melanoom. Een melanoom ontstaat meestal uit een ‘gave’ huid, maar kan ook ontstaan uit een bestaande moedervlek. Een melanoom zaait sneller uit dan andere vormen van huidkanker, omdat het een agressieve vorm van huidkanker is.
Zeldzame vormen van huidkanker
Er zijn ook vormen van huidkanker die heel weinig voorkomen, zoals merkelcelcarcinoom, talgkliercarcinoom en atypisch fibroxanthoom
Hoe herken je huidkanker?
Huidkanker komt het meest voor op plekken van het lichaam die veel in de zon komen zoals het gezicht, de romp, de handen, de armen en de benen. Elk soort huidkanker ziet er anders uit.
Plaveiselcelcarcinoom en basaalcelcarcinoom zijn vaak bobbeltjes met een lichtere kleur, bijvoorbeeld bleekroze of rozerood. Bekijk hier hoe een basaalcelcarcinoom of een plaveiselcelcarcinoom er uit kan zien.
Hoe een melanoom behandeld wordt, hangt van veel dingen af. De dermatoloog zal altijd proberen het melanoom te verwijderen. Als er uitzaaiingen zijn, volgen aanvullende behandelingen. De dermatoloog bespreekt wat de mogelijkheden zijn.
De volgende behandelingen zijn er voor een melanoom:
De behandeling van melanoom begint met een operatie. De dermatoloog verwijdert het melanoom om het in het laboratorium te laten onderzoeken door de patholoog.
Als het plekje inderdaad een melanoom is, volgt een tweede operatie. De dermatoloog verwijdert dan het litteken en een randje gezonde huid daaromheen. Het stukje huid gaat voor onderzoek weer naar de patholoog.
Sommige uitzaaiingen van een melanoom zijn met een operatie te verwijderen. Of dit mogelijk is, hangt af van de plek van de uitzaaiingen en hoeveel het er zijn.
Grote melanomen in een arm of been die niet te verwijderen zijn, kunnen soms met medicijnen behandeld worden. Het been of de arm krijgt dan een hoge dosis chemotherapie samen met doelgerichte therapie. Bij deze behandeling komen de medicijnen niet verder in het lichaam. De naam voor deze behandeling is ledemaatperfusie.
Bij een ledemaatperfusie worden de bloedvaten in het been of de arm afgesloten van de andere bloedvaten in het lichaam. Dit is nodig omdat er geen bloed vanuit het been of de arm ergens anders in het lichaam mag komen. Voor deze behandeling is een hart- longmachine nodig die een deel van de bloedsomloop overneemt. De arts legt verder uit hoe de behandeling precies werkt.
Ongeveer de helft van de mensen met een uitgezaaid melanoom blijkt een verandering (mutatie) in het BRAF-gen te hebben. Zij kunnen in aanmerking komen voor doelgerichte therapie. Deze behandeling wordt niet in elk ziekenhuis gegeven.
Soms is een behandeling mogelijk met immunotherapie. Bij immunotherapie zorgen de medicijnen ervoor dat het afweersysteem de tumor beter kan aanvallen. Deze behandeling wordt niet in elk ziekenhuis gegeven.
Leven met kanker is niet vanzelfsprekend. Kanker en de behandeling ervan hebben vaak grote invloed op het dagelijks leven. Niet alleen op het lichaam maar ook op de geest.
De behandeling van melanoom heeft vaak gevolgen, soms voor de rest van het leven. Mensen met melanoom kunnen te maken krijgen met de volgende klachten:
Kanker gaat samen met veel emoties. Bijvoorbeeld onzekerheid over de toekomst of angst voor pijn of voor terugkeer van de kanker. Bespreek deze angst met de arts. Ook emoties zijn goed om te bespreken en vaak is ook hier iets aan te doen.
Vermoeidheid na kanker komt veel voor. Ook bij mensen met melanoom. Dat kan door de ziekte zelf komen, maar ook door de behandeling. Als de vermoeidheid er 6 maanden na de behandeling nog is, heet het chronische vermoeidheid. De arts kan hier een oplossing voor zoeken, bijvoorbeeld hulp van een psycholoog.
Na een lymfeklieroperatie kan lymfoedeem optreden. Bij lymfoedeem hoopt zich erg veel vocht en eiwitten op in bijvoorbeeld een arm of been. Lymfoedeem is meestal blijvend. Het is wel te behandelen, zodat de klachten minder worden.
Melanoom kan pijnklachten geven. Er kunnen veel oorzaken zijn voor de pijn. Bijvoorbeeld als de tumor op een weefsel duwt, of als er uitzaaiingen zijn. Ook kan een behandeling met bestraling of chemotherapie kan pijn geven. Bespreek dit met de arts. Vaak is er iets aan te doen.
Na de behandeling van een melanoom hoef je niet helemaal uit de zon te blijven. Bescherm je wel tegen zonnestraling door beschermende kleding of zonnebrandcrème. Extra zonnen en onder de zonnebank gaan wordt afgeraden.
Verschillende zorgverleners kunnen extra begeleiding bieden. Zowel in als buiten het ziekenhuis. Probeer iemand te vinden die ervaring heeft met het begeleiden van mensen met kanker.<
Ongeveer de helft van alle mannen boven 45 jaar en een derde van de vrouwen boven de 45 jaar heeft tenminste één actinische keratose. Dat komt neer op ongeveer 1,4 miljoen Nederlanders. Het komt dus erg vaak voor. Dit komt onder andere door veranderende vrijetijdsbesteding, zonnebanken en zonvakanties. Actinische keratose komt vaker voor bij mensen met een blank huidtype (blond haar en blauwe ogen).
Ongeveer 10% van de patiënten met actinische keratosen ontwikkelt een huidkanker, meestal het plaveiselcelcarcinoom. De kans dat iemand een plaveiselcelcarcinoom krijgt is afhankelijk van de hoeveelheid actinische keratosen. Dit is ongeveer 1% als iemand minder dan vijf actinische keratosen heeft, tot 20% als iemand meer dan twintig actinische keratosen heeft.