Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Dermatoloog-klinisch farmacoloog Martijn van Doorn gaat onderzoek doen naar personalized medicine bij ontstekingsziekten van de huid. ‘Wij willen nog specifieker, liefst per patiënt nauwkeurig, gaan uitzoeken welke therapie voor hem of haar geschikt is.’
In ons centrum behandelen we zeldzame huidziekten bij kinderen en volwassenen. Wij spreken van zeldzame ziekte wanneer het minder dan 1 op de 2000 mensen treft.
Het centrum voor zeldzame huidziekten heeft de volgende doelen:
In ons centrum werken verschillende specialisten nauw samen om de best mogelijke zorg te leveren aan patiënten met zeldzame huidziekten. Wij streven ernaar om elke patiënt zorg op maat te bieden.
"De meest toegepaste behandeling van seborroïsch eczeem op de hoofdhuid bestaat uit gebruik van speciaal ontwikkelde shampoos die niet alleen helpen de schilfers en korstjes van de huid te verwijderen, maar ook het opnieuw ontstaan van een schilferige hoofdhuid voorkomen."
Veel shampoos worden specifiek voor seborroïsch eczeem ontwikkeld. Deze kunnen één of meer dan de volgende actieve bestanddelen bevatten, zoals Climbazol, Pirocton olamine, Polidocanol, ontstekingsremmende bestanddelen zoals salicylzuur en resorcinol, mineralen zoals zink of middelen tegen schimmelinfecties, zoals ketoconazol. Deze ingrediënten kunnen helpen bij de behandeling van seborroïsch eczeem. Shampoos kunnen de schilfers en de korsten op de hoofdhuid kalmeren.
In ernstige gevallen kan een dermatoloog of een arts een middel tegen schimmelinfecties, zoals ketoconazol, metronidazol of azelaïnezuur, voorschrijven dat inwerkt op de malassezia-gistsoort of lotions met ontstekingsremmende corticosteroïden.
Seborroïsch eczeem is een chronische aandoening die met de juiste behandeling goed kan worden beheerst. Vaak komen flare-ups voor tussen lange periodes van inactiviteit. Een extremere vorm van seborroïsch eczeem heeft een overlap met Psoriasis op de hoofdhuid en wordt sebopsoriasis genoemd.
Ook een slechte eetgewoonten of het gebruik van alcohol kunnen invloed hebben op seborroïsch eczeem.
In ± 10% van de gevallen treedt kaalheid op van de gehele hoofdhuid (AA totalis) en/of van alle lichaamsharen (AA universalis). Nageldystrofie ziet men in ongeveer 10% van de gevallen, vooral bij uitgebreide vormen. De nagels vertonen fijne putjes, lengtegroefjes en dergelijke.
Alopecia Areata is een aandoening van het immuunsysteem. Op zich is het een onschuldige aandoening maar het verlies van het haar en de onzekerheid over het verloop maken een patiënt met AA erg onzeker.
Vrijwel altijd veroorzaakt Alopecia Areata stress en angst, die kan overgaan in depressiviteit. De behandeling is in eerste instantie gericht op het inkaderen van de problematiek, het reduceren van de angst en stress en het vastleggen en monitoren van de aandoening. Als de aandoening na één jaar niet in remissie is kan een actieve behandeling worden overwogen. Een actieve behandeling kan sneller worden overwogen wanneer blijkt dat veel haarfollikels in de loop van het eerste jaar reeds substantieel kleiner worden. Ingrijpen vóór het einde van het eerste jaar is dan een reële optie omdat verder afwachten kan leiden tot blijvend verlies van de haarfollikels en dus tot blijvende kaalheid.
Zowel zinksulfaat per os als PUVA geven slechts bij een enkele patiënt resultaat, toch spelt zink een belangrijke rol bij de haargroei. Vijf procent minoxidil-oplossing geeft soms verbetering met dunne meestal gedepigmenteerde haren. Zij worden nooit langer dan enige centimeters en vallen daarna meestal weer uit. Andere supplementen zijn belangrijk als ondersteuning van de therapie [Camacho 1999,].
Hoewel AA bij kinderen in het algemeen ernstiger, en zowel voor de ouders als voor het kind psychisch belastend is, raden wij poliklinische behandeling met diphencyprone in het algemeen niet aan. Vooral omdat van de effecten op lange termijn van diphencyprone therapie nog niets bekend is. Recent werd gemeld, dat therapie per os met dapson vergelijkbare resultaten geeft als die met diphencyprone lokaal. Verder onderzoek is nodig om deze bevindingen te bevestigen.