Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
De afdeling Dermatologie/Allergologie heeft een traditie van ruim 25 jaar op het gebied van topreferente patiëntenzorg en wetenschappelijk onderzoek gericht op volwassenen en kinderen met constitutioneel eczeem (CE). Sinds 2015/2016 is de afdeling Dermatologie/Allergologie van het UMC Utrecht NFU Expertise Centrum voor Constitutioneel Eczeem voor zowel volwassenen als kinderen. In 2018 is het eczeemcentrum ook gecertificeerd als GA²LEN Atopic Dermatitis Center of Reference and Excellence (GA²LEN ADCARE).
De basis van deze zorg en onderzoekslijn werd gelegd door Carla Bruijnzeel-Koomen: in 1991 werd zij hoogleraar dermatologie, in het bijzonder de dermato-allergologie. Zij heeft zich gedurende haar hele carrière ingezet voor de patiëntenzorg en het wetenschappelijk onderzoek rondom CE. Zij was een van de eerste dermatologen die begin jaren negentig de patiënten met ernstig CE behandelde met ciclosporine A, dat toen een enorme doorbraak betekende. In daarop volgende jaren heeft de afdeling Dermatologie/Allergologie zich verder gespecialiseerd in het management van volwassenen en kinderen met ernstig en moeilijk behandelbaar CE, dit heeft tevens geresulteerd in internationale erkenning en veel publicaties.
Als maat voor de aan te brengen hoeveelheid dermatocorticosteroïd gebruikt men de vingertopeenheid (VTE) [figuur 1] . Een VTE is de uitgeknepen hoeveelheid dermatocorticosteroïd, uit een tube met een standaardmondstuk van 5 mm diameter, uitgesmeerd over de distale falanx van de wijsvinger van een volwassene. Gemiddeld weegt het dermatocorticosteroïd op een vingertop van een volwassen man 0,5 gram en bij een volwassen vrouw 0,4 gram.9 In de praktijk maakt dit verschil niet veel uit. Patiënten begrijpen een dergelijke maat, waarmee over- of onderdosering is te voorkomen. Tevens kan de arts er hierdoor voor zorgen dat hij voldoende dermatocorticosteroïden voorschrijft. Men past de VTE voor alle dermatocorticosteroïden toe, ongeacht de klasse. Het aantal aan te brengen VTE hangt onder andere af van de leeftijd van de patiënt [tabel 4] . Daarnaast adviseert men afhankelijk van de sterkteklasse per week een maximaal aantal grammen aan te brengen [tabel 5] .
Tabel 4 Gecalculeerd aantal volwassen vingertopeenheden voor de behandeling met dermatocorticosteroïden bij kinderen (gebaseerd op de 5
| 3 mn | 6 mn | 12 mn | 18 mn | 2 jr | 3 jr | 4 jr | 5 jr | 7 jr | 10 jr | 12 jr | volwassen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gelaat en nek | 1 | 1 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | 1,5 | 1,75 | 2 | 2 | 2,5 | 2,5 | 2,5 |
| Arm (inclusief hand) | 1 | 1 | 1,25 | 1,5 | 1,5 | 1,75 | 2 | 2 | 2,5 | 3 | 4 | 4 |
| Romp (één zijde) | 1 | 1,5 | 1,75 | 2 | 2 | 2,5 | 2,75 | 3 | 3,5 | 4 | 5 | 7 |
| Billen | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,75 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1,5 | 1,5 | 2 | 7 (billen en rug) |
| Been (inclusief voet) | 1,25 | 1,5 | 2 | 2 | 2 | 2,5 | 3,5 | 3,5 | 4,5 | 6 | 7 | 8 |
| Hele lichaam | 8 | 9,5 | 12 | 13,25 | 13,5 | 16 | 19,25 | 20 | 24,5 | 30 | 36,5 | 40 |
| Wekelijks aanbrengen in grammen (bij 1 d smeren) | 28 | 33,2 | 42 | 46,3 | 47,2 | 56 | 67,3 | 70 | 85,7 | 105 | 127,7 | 140 |
Zowel de plaats waar atopisch eczeem op het lichaam voorkomt, als de verschijningsvorm zijn afhankelijk van de leeftijd van de persoon en het stadium waarin het eczeem verkeert.
– Acuut eczeem: We zien roodheid, zwelling, vochtblaasjes, natten en krabeffecten. Daarna drogen de blaasjes in tot korstjes, gaat de huid schilferen en neemt de roodheid af.
– Chronisch eczeem: De roodheid neemt af, de schilfering neemt toe en de huid is wat dikker. De huidlijnen worden grover dan normaal, dit heet “lichenificatie”. In de stugge en/of droge huid kunnen (pijnlijke) kloven ontstaan.
Een typische en vervelende eigenschap van eczeem is dat het altijd in meer of mindere mate jeukt. Hierdoor krabt de patiënt aan de huid . Door het wrijven en krabben wordt het eczeem echter juist verergerd en in stand gehouden. Ook is de huid meestal droog, een droge huid geeft weer aanleiding tot jeuk.
– Baby’s: 4 weken tot 1 jaar, acuut eczeem, d.w.z nattend, blaasjes, korstjes, met felle roodheid en veel jeuk, in het gelaat (dauwworm) , romp en ledematen
– Kinderleeftijd, 1 jr tot 14 jr, gelaat, elleboogplooien en knieholtes, polsen en enkels: roodheid, bultjes, blaasjes, ook droog, kloofjes, verdikking en vergroving huid
– Volwassen leeftijd, vanaf 14 jr: chronisch terugkerend eczeem met periodes van rust en verergeringen . Vooral droog, schilferend met vergroving huid.
1. Prurigo van Besnier: heftige jeukende bulten op de romp en strekzijden ledematen
Een penetratiebevorderende stof (ureum, salicylzuur en propyleenglycol) of afdekking van de te behandelen huidgedeelten met dun plasticfolie of hydrocolloïden kan penetratie van het dermatocorticosteroïd in de huid bevorderen. Is echter een sterker effect gewenst, dan luidt het advies een dermatocorticosteroïd uit een hogere klasse voor te schrijven.3 De locatie waar men het dermatocorticosteroïd aanbrengt zal mede het therapeutisch resultaat bepalen. Regionale verschillen in percutane absorptie staan in [ tabel 2].
Tabel 2 Regionale verschillen van de percutane absorptie door de huid (procenten van de totaal geabsorbeerde dosis) 7
| Voetzool | 0,14 procent |
| Handpalm | 0,83 procent |
| Arm | 1 procent |
| Behaarde hoofd | 3,5 procent |
| Voorhoofd | 6 procent |
| Kaak | 13 procent |
| Genitalia | 42 procent |
Patiënten moeten ervan op de hoogte worden gebracht dat een dermatocorticosteroïdzalf volgens de fabrikant 60 minuten moet intrekken, voordat men er een emolliens overheen mag smeren.
Doordat de hoornlaag een reservoir vormt van waaruit het dermatocorticosteroïd gedurende 24 tot 36 uur wordt afgegeven aan de onderliggende huidlagen, is het voldoende om het middel eenmaal per dag aan te brengen. 3 Uit onderzoek is gebleken dat tweemaal daags aanbrengen van een klasse 2- of 3-dermatocorticosteroïd niet beter is dan eenmaal daags. Desondanks kan de arts in een acute fase of bij behandeling van een exacerbatie tijdelijk beslissen tweemaal daagse applicatie te adviseren, om zo het eczeem snel onder controle te krijgen. 3,4,6 Klinische ervaring geeft een onderbouwing van deze gedachte.
In de acute fase van CE heeft het de voorkeur te starten met dagelijks een hogere klasse dermatocorticosteroïd in een een- tot tweemaal daagse applicatie. Het is aan te raden zo snel mogelijk over te gaan op een eenmaal daags schema in de onderhoudsfase van de behandeling, waarbij men bij voorkeur gedurende enkele aaneengesloten dagen per week smeert met het dermatocorticosteroïd en de rest van de week met emolliens [ tabel 3 ].
Constitutioneel eczeem (CE) is een chronische, recidiverende inflammatoire huidaandoening, die men klinisch karakteriseert door jeuk, erythemateuze papels en plaques, schilfering, excoriaties en lichenificatie. Bij de meeste patiënten met CE is er sprake van een droge huid en een verstoorde huidbarrièrefunctie. In de geïndustrialiseerde landen is de prevalentie van constitutioneel eczeem de afgelopen 30 jaar verdubbeld tot verdrievoudigd – volgens schattingen 15-30% bij kinderen en 2-10% bij volwassenen. Bij ongeveer 85% van de patiënten begint het eczeem voor het vijfde levensjaar. Spontane remissie van constitutioneel eczeem zien we bij 70% van de patiënten vóór de adolescentie.1 Door zijn prevalentie, kosten en invloed op de kwaliteit van leven vormt eczeem een volksgezondheidsprobleem.2
De hoeksteen van de behandeling van CE is de lokale therapie. Dermatocorticosteroïden vormen daarbij de belangrijkste peiler bij de behandeling van CE. Ofschoon behandeling met dermatocorticosteroïden zeer effectief is, bestaat er geregeld angst voor de bijwerkingen van het gebruik van dermatocorticosteroïden, 60-73% van de patiënten of verzorgers van patiënten met CE geeft aan in meer of mindere mate angst voor bijwerkingen te hebben.2 Opmerkelijk is dat er zowel bij patiënten, verzorgers als betrokken professionals naar verhouding minder weerzin lijkt te bestaan tegen de toepassing van orale corticosteroïden. Bij de behandeling van CE is het van groot belang om veel aandacht te besteden aan de therapietrouw en de eventuele angst voor bijwerkingen van (dermato)-corticosteroïden.
In dit artikel bespreken wij de toepassing van dermatocorticosteroïden, de therapietrouw en angst voor eventuele bijwerkingen.
De sterkte in werkingseffect van dermatocorticosteroïden, uitgedrukt in klasse, meet men door middel van de zogenaamde vasoconstrictietest, die penetratie van het dermatocorticosteroïd door de huid relateert aan de mate van vasoconstrictie die men afmeet aan de mate waarin de huid verbleekt. Een Europese classificatie deelt de dermatocorticosteroïden in vier klassen in [ tabel 1], waarbij klasse 4 het sterkst en klasse 1 het zwakst werkzaam is.3 De grenzen tussen de klassen zijn niet scherp en er zijn twijfels over de nauwkeurigheid van de indeling voor preparaten van klasse 2 en 3. In de indeling hebben we niet de invloeden van het vehiculum op de werking van het preparaat en de systemische biologische beschikbaarheid verwerkt.4
Tabel 1 Indeling dermatocorticosteroïden naar sterkteklasse. 4| Klasse 1 | Klasse 2 | Klasse 3 | Klasse 4 |
|---|---|---|---|
| Hydrocortisonacetaat 1% | Alclometason 0,05% | Bètamethasondipropionaat 0,05% | Clobetasolpropionaat 0,05% |
| Clobetasonbutyraat 0,05% | Bètamethasonvaleraat 0,1% | Bètamethasondipropionaat 0,05% met propyleenglycol | |
| Flumetasonpivalaat 0,02% | Budesonide 0,025% | ||
| Fluocinoloacetonide 0,01% en 0,025% | Desoximetason 0,25% | ||
| Fluocortolon 0,5% | Diflucortolonvaleraat 0,1% | ||
| Fluprednideenacetaat 0,1% | Fluocinonide 0,05% | ||
| Hydrocortisonbutyraat 0,1% | Fluticasonpropionaat 0,005% (zalf) en 0,05% (crème)* | ||
| Triamcinolonacetonide 0,1% | Momethasonfuroaat 0,1%* | ||
| Halometason 0,05% |