Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
ANGO-fonds
De ANGO (Algemene Nederlandse Gehandicapten Organisatie) geeft informatie, advies en hulp als het gaat om vragen over regelingen en voorzieningen die direct te maken hebben met handicap en ziekte. Als de voorziening een directe relatie heeft met de handicap, kan de organisatie een financiële bijdrage leveren. Voor mensen die tot de doelgroep van het Longfonds behoren, kan het zijn dat de mogelijkheden voor financiële hulp vanaf 2013 beperkter zijn. Voor meer informatie kijk op www.ango.nl.
Dullertsstichting
De Dullertsstichting helpt mensen die geen of weinig financiële armslag hebben en zijn afgewezen door bijvoorbeeld de WMO of Bijzondere Bijstand. Hulp wordt geboden in de vorm van goederen of diensten. De stichting geeft geen contant geld. Voorwaarde is dat de aanvrager in de gemeente Arnhem, Duiven, Westervoort, Renkum, Rheden, Rozendaal of de voormalige gemeente Huissen woont. Meer informatie en de voorwaarden kunt u vinden op www.dullertsstichting.nl, of bel op werkdagen van 9.00 tot 10.00 uur: 026 - 442 5192.
Stichting MEE Gelderse Poort
MEE is een onafhankelijke organisatie die mensen met een beperking ondersteunt. MEE geeft voorlichting, advies en informatie op individueel en maatschappelijk gebied. Bijvoorbeeld bij vragen over school, sport, voorzieningen en geldzaken.
Voor alle hulpinstanties (behalve stichting MEE) geldt dat ze een verklaring nodig hebben van de arts of longverpleegkundige. Als een longverpleegkundige van de thuiszorg bij u een saneringshuisbezoek heeft gedaan, kan het verslag hiervan dienen als verklaring. De longverpleegkundige van Rijnstate kan een saneringshuisbezoek voor u aanvragen.
Belangrijk om te weten: u moet vóór de eventuele aanschaf van een product of apparaat toestemming van de instantie krijgen voor financiële ondersteuning. U kunt niet achteraf een rekening indienen.
Mensen kunnen een allergie ontwikkelen voor de huisstofmijt. Ze zijn dan over het algemeen gevoelig voor de uitwerpselen van dit beestje. Minder vaak zijn de mijten zelf verantwoordelijk voor de allergenen. Bij huisstofmijtallergie is het dan ook belangrijk saneringsmaatregelen te nemen. Toch is de aanwezigheid van huisstofmijt in de woning nooit helemaal uit te sluiten.
Mensen met een allergie voor huisstofmijt kunnen heel wat verschillende klachten hebben:
Mensen met astma én een huisstofmijtallergie kunnen meer astmatische klachten hebben wanneer ze in een omgeving met meer huisstofmijtallergenen vertoeven.
Huisstofmijten helemaal uit je woning verwijderen is bijna onmogelijk, maar met enkele maatregelen kunnen allergiepatiënten de hoeveelheid huisstofmijten wel verminderen. We sommen enkele tips op:
Zowel de plaats waar atopisch eczeem op het lichaam voorkomt, als de verschijningsvorm zijn afhankelijk van de leeftijd van de persoon en het stadium waarin het eczeem verkeert.
– Acuut eczeem: We zien roodheid, zwelling, vochtblaasjes, natten en krabeffecten. Daarna drogen de blaasjes in tot korstjes, gaat de huid schilferen en neemt de roodheid af.
– Chronisch eczeem: De roodheid neemt af, de schilfering neemt toe en de huid is wat dikker. De huidlijnen worden grover dan normaal, dit heet “lichenificatie”. In de stugge en/of droge huid kunnen (pijnlijke) kloven ontstaan.
Een typische en vervelende eigenschap van eczeem is dat het altijd in meer of mindere mate jeukt. Hierdoor krabt de patiënt aan de huid . Door het wrijven en krabben wordt het eczeem echter juist verergerd en in stand gehouden. Ook is de huid meestal droog, een droge huid geeft weer aanleiding tot jeuk.
– Baby’s: 4 weken tot 1 jaar, acuut eczeem, d.w.z nattend, blaasjes, korstjes, met felle roodheid en veel jeuk, in het gelaat (dauwworm) , romp en ledematen
– Kinderleeftijd, 1 jr tot 14 jr, gelaat, elleboogplooien en knieholtes, polsen en enkels: roodheid, bultjes, blaasjes, ook droog, kloofjes, verdikking en vergroving huid
– Volwassen leeftijd, vanaf 14 jr: chronisch terugkerend eczeem met periodes van rust en verergeringen . Vooral droog, schilferend met vergroving huid.
1. Prurigo van Besnier: heftige jeukende bulten op de romp en strekzijden ledematen
Huisstofmijten zijn mijten die behoren tot de spinachtige “arachniden” en zijn met een grootte van ± 0,3 mm niet met het blote oog zichtbaar. Ze houden vooral van vocht (een relatieve vochtigheid vanaf 55%), maar ook van warme temperaturen (15°C – 35°C) en huidschilfers.
Huisstofmijten delen de woning en vooral het bed met de bewoners. Je vindt ze vaak op plaatsen waar stof zich kan verzamelen, zoals matrassen, gordijnen en tapijten. Huisstofmijten voeden zich voornamelijk met huidschilfers, maar ook met bijvoorbeeld pollen, schimmels, plantenvezels en dierenharen.
De ontwikkeling van huisstofmijtenpopulaties en de hoeveelheid huisstofmijtallergenen in huisstof volgen een seizoensgebonden patroon. In de zomer groeit de populatie en als het stookseizoen begint (in de herfst) bereikt de populatie zijn hoogtepunt. De hoeveelheid huisstofmijtallergenen in huisstof bereikt wat later (in de winter) zijn hoogste niveau.
Het atopisch eczeem vormt een onderdeel van het “atopisch syndroom” . Hieronder vallen ook astma (benauwdheid en piepen), hooikoorts (verstopte neus, tranende ogen, niezen) en voedingsallergie (bijvoorbeeld voor pinda’s of noten) Vaak heeft de patiënt één of meerdere familieleden met één of meerdere van deze vier ziektebeelden. Het is inmiddels duidelijk dat een kind met atopisch eczeem ook later klachten kan krijgen van hooikoorts, astma of voedingsallergie. Andersom is het ook mogelijk. Een kind die op jonge leeftijd al symptomen heeft van hooikoorts of astma kan later ook eczeem ontwikkelen.
Atopisch eczeem is genetisch bepaald en kan daarom niet worden genezen. De aanleg voor atopisch eczeem wordt erfelijk overgedragen en kan al snel na de geboorte tot uiting komen. Studies tonen aan dat er niet één maar meerdere genen (= dit zijn stukjes erfelijk materiaal gelegen op de chromosomen ) gerelateerd zijn aan het ontstaan van atopisch eczeem. Zeker één deze genen is betrokken bij de opbouw van de huid barrière. Andere genen spelen een rol bij het ontstaan van het overgevoelig afweersysteem bij eczeem.
Mutatie filaggrine eiwit. Een deel van de patiënten met atopisch eczeem heeft een mutatie in het gen die verantwoordelijk is voor het aanmaken van filaggrine eiwit. Filaggrine ( oftewel: filament aggregating protein) heeft een belangrijke rol in de functie van de huid barrière. Filaggrine speelt een belangrijke rol in het dicht houden van de huid en ook als natuurlijke bevochtiger van de huid (zogenaamde “natural moisturizer) . Bij mutaties in dit gen ontstaat een droge huid en een verslechterde huidbarrière. De huid is hierdoor constant “lek”. Door dit verstoorde huid barrière kunnen bacteriën en virussen gemakkelijker van buitenaf de huid binnendringen maar vice versa ook water en voedingstoffen van binnenuit naar buiten ontsnappen. Waarschijnlijk hebben mensen met atopisch eczeem ook mutaties in andere genen die ook andere huidbarrière eiwitten aanmaken, maar dit wordt momenteel nog onderzocht. Verder zijn er aanwijzingen dat dit defect in de huidbarrière een ontstekingsreactie uitlokt bij eczeem, wat de klachten van roodheid, zwelling en jeuk kan verklaren. Het afweersysteem probeert hiermee het defect in de huid dus op te lossen maar veroorzaakt tegelijkertijd juist meer problemen voor de persoon met eczeem.