Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Die Mondoberfläche ist mit Kratern, Riffen, Bergen und Tälern übersät. Bis auf fünf Meter genau haben Wissenschaftler der US -Raumfahrtbehörde NASA den Planeten bereits im Jahre 1966 kartographiert. Nachfolgende Missionen in den Jahren 1994 und 1999 hatten die Aufgabe, noch genauere Karten der Oberfläche anzufertigen.
In erster Linie finden sich zwei verschiedene Landschaftstypen auf dem Mond: die von Kratern zerfurchten Bergregionen und die relativ ebenen Meere. Die meisten Krater auf der Mondoberfläche wurden von Gesteinsbrocken aus dem All verursacht, die vor drei bis vier Milliarden Jahren auf der Oberfläche einschlugen.
Die dunkleren Gebiete des Mondes nannte der italienische Forscher Giovanni Battista Riccioli "mare" (Meere). Diese sogenannten Mondmeere machen etwa 16 Prozent der Oberfläche aus und bestehen aus Lava, die vor etwa drei Milliarden Jahren aus dem Inneren des Mondes floss. Auch die ersten Mondmissionen wussten die relativ ebenen Meere zu schätzen: Apollo 11 landete im "Meer der Ruhe".
Der Mond wendet der Erde stets dieselbe Seite zu. Im Jahr 1959 fotografierte die russische Raumsonde Luna 3 zum ersten Mal die erdabgewandte Seite und es zeigte sich, dass die Rückseite deutlich mehr Krater aufweist.
Die Unebenheiten sind von der Erde aus sichtbar
Auch wenn schon die ersten Grundstücke auf dem Mond verkauft wurden: Die Lebensbedingungen für den Menschen auf dem Mond sind extrem schlecht. Es gibt keine Atmosphäre, denn die geringe Anziehungskraft des Mondes reicht nicht aus, um eine Atmosphäre wie auf der Erde festzuhalten.
Wissenschaftler interessierte lange Zeit auch die Frage nach der Existenz von Wasser auf dem Mond. Die indische Raumsonde Chandrayaan-1 lieferte während ihrer Mission die entscheidenden Daten. Sie fand vor allem an den Polkappen große Mengen Wasser. Schon zuvor hatten Wissenschaftler in Bodenproben und im Mondgestein Spuren von Wasser nachweisen können.
Am Mond-Nordpol soll sich gefrorenes Wasser befinden
De klachten kunnen worden uitgelokt door het smeren van cosmetica in het gebied rond de mond, zoals dag- en nachtcremes. Afsluiten van de porieen in de huid speelt hierbij een rol.
Er is een duidelijke relatie tussen het smeren van hormooncremes in het gelaat en het ontstaan van de periorale dermatitis. Wanneer de arts de verschijnselen van periorale dermatitis bij vergissing aanziet voor ‘gewoon’ eczeem en hiervoor nog sterker hormooncremes voorschrijft, kunnen de klachten van periorale dermatitis verder verergeren.
Behalve rond de mond komen de afwijkingen ook voor aan weerszijden van de neus en rond de ogen. De term periorale dermatitis (“huidontsteking rond de mond”) is dus niet in alle gevallen correct. De afwijking heeft meer kenmerken van acne en rosacea dan van eczeem.
Erytrodermie betekent letterlijk “rode huid”. Dit is een bijzondere vorm van eczeem , waarbij de heftige ontstekingsreactie gepaard gaat met een massale verwijding van de bloedvaatjes in de huid. De GEHELE huid is rood, strak gepannen, warm, gezwollen, schilferend en erg jeukend. De patiënt voelt zich daarbij meestal ziek. Dit is een ernstige situatie, omdat door de bloedvatverwijding de patiënt veel vocht , eiwitten en mineralen dreigt te verliezen. Er bestaat een risico op uitdroging en acute nierfalen. Een patiënt met erytrodermie dient in een ziekenhuis te worden opgenomen en behandeld.
De aanleg om allergisch te reageren(= atopie) kan helaas niet worden behandeld. De behandeling is gericht om de symptomen van jeuk en eczeem te bestrijden. Atopisch eczeem kan dus niet worden genezen, een goede behandeling kan wel uw leven en/of dat van uw kind een stuk draaglijker maken. De keuze van behandelvorm is afhankelijk van de ernst, lokalisatie, en stadium van het eczeem, de aanwezigheid van complicaties en de leeftijd van de patiënt.
De behandeling van atopisch eczeem bestaat altijd uit 3 onderdelen:
A. Anti-eczeem behandeling
B. Huidverzorging
C. Beperken van allergene- en niet allergene prikkels
A. ANTI-ECZEEM BEHANDELING
Het anti-eczeem behandeling is afhankelijk van de ernst, lokalisatie, en stadium van het eczeem, de aanwezigheid van complicaties en de leeftijd van de patiënt. Er bestaan drie vormen: uitwendige behandeling (zalfjes), inwendige behandeling (pillen slikken) en lichttherapie.
Het atopisch eczeem vormt een onderdeel van het “atopisch syndroom” . Hieronder vallen ook astma (benauwdheid en piepen), hooikoorts (verstopte neus, tranende ogen, niezen) en voedingsallergie (bijvoorbeeld voor pinda’s of noten) Vaak heeft de patiënt één of meerdere familieleden met één of meerdere van deze vier ziektebeelden. Het is inmiddels duidelijk dat een kind met atopisch eczeem ook later klachten kan krijgen van hooikoorts, astma of voedingsallergie. Andersom is het ook mogelijk. Een kind die op jonge leeftijd al symptomen heeft van hooikoorts of astma kan later ook eczeem ontwikkelen.
Atopisch eczeem is genetisch bepaald en kan daarom niet worden genezen. De aanleg voor atopisch eczeem wordt erfelijk overgedragen en kan al snel na de geboorte tot uiting komen. Studies tonen aan dat er niet één maar meerdere genen (= dit zijn stukjes erfelijk materiaal gelegen op de chromosomen ) gerelateerd zijn aan het ontstaan van atopisch eczeem. Zeker één deze genen is betrokken bij de opbouw van de huid barrière. Andere genen spelen een rol bij het ontstaan van het overgevoelig afweersysteem bij eczeem.
Mutatie filaggrine eiwit. Een deel van de patiënten met atopisch eczeem heeft een mutatie in het gen die verantwoordelijk is voor het aanmaken van filaggrine eiwit. Filaggrine ( oftewel: filament aggregating protein) heeft een belangrijke rol in de functie van de huid barrière. Filaggrine speelt een belangrijke rol in het dicht houden van de huid en ook als natuurlijke bevochtiger van de huid (zogenaamde “natural moisturizer) . Bij mutaties in dit gen ontstaat een droge huid en een verslechterde huidbarrière. De huid is hierdoor constant “lek”. Door dit verstoorde huid barrière kunnen bacteriën en virussen gemakkelijker van buitenaf de huid binnendringen maar vice versa ook water en voedingstoffen van binnenuit naar buiten ontsnappen. Waarschijnlijk hebben mensen met atopisch eczeem ook mutaties in andere genen die ook andere huidbarrière eiwitten aanmaken, maar dit wordt momenteel nog onderzocht. Verder zijn er aanwijzingen dat dit defect in de huidbarrière een ontstekingsreactie uitlokt bij eczeem, wat de klachten van roodheid, zwelling en jeuk kan verklaren. Het afweersysteem probeert hiermee het defect in de huid dus op te lossen maar veroorzaakt tegelijkertijd juist meer problemen voor de persoon met eczeem.