Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Eczeemplekken op de huid zijn droog, schilferend en ze jeuken enorm. Belangrijk is om op dat moment krabben te voorkomen. Het lijkt de jeuk even te verlichten, maar zorgt juist voor meer jeuk. Bovendien kan door veel krabben een ontsteking van de huid ontstaan, omdat bacteriën zich goed kunnen vestigen op een eczeemhuid. Ook in krabwondjes kunnen bacteriën gaan zitten. Je krijgt dan rode, oppervlakkige wondjes waar geel wondvocht uitkomt. Dit wondvocht droogt op tot gele korstjes. Als eczeem erger wordt, kunnen er ook blaasjes en blaren ontstaan.
Kinderen met een milde vorm van atopisch eczeem kunnen ook vage, witte plekken op de huid krijgen: in hun gezicht, maar soms ook op hun romp en of armen en benen. Dit staat bekend als pityriasis alba. Dat is een onschuldige aandoening van de huid die vaker voorkomt bij kinderen met een donkere dan met een lichte huid en die meestal met de jaren vanzelf verdwijnt.
Atopisch eczeem is niet te genezen, maar door behandeling en het toepassen van bepaalde leefregels is het wel onder controle te houden. Eén van die leefregels is voorzichtig om te gaan met warmte. De zon is goed tegen eczeem, maar zweten niet. Op de plekken waar je veel zweet, zoals je oksels en huidplooien, kunnen nieuwe eczeemplekken ontstaan.
Een andere tip is om alle producten die synthetische stoffen (detergent) bevatten te vermijden, zoals badschuim, shampoo, poetsmiddelen en afwasmiddelen. Je kunt ze vervangen door minder irriterende producten, zoals badolie. En heb je gezwommen in chloorhoudend water? Spoel je dan goed af en smeer je in met een hydraterende crème. Er zijn meer tips om je eczeem onder controle te houden!
Het atopisch eczeem vormt een onderdeel van het “atopisch syndroom” . Hieronder vallen ook astma (benauwdheid en piepen), hooikoorts (verstopte neus, tranende ogen, niezen) en voedingsallergie (bijvoorbeeld voor pinda’s of noten) Vaak heeft de patiënt één of meerdere familieleden met één of meerdere van deze vier ziektebeelden. Het is inmiddels duidelijk dat een kind met atopisch eczeem ook later klachten kan krijgen van hooikoorts, astma of voedingsallergie. Andersom is het ook mogelijk. Een kind die op jonge leeftijd al symptomen heeft van hooikoorts of astma kan later ook eczeem ontwikkelen.
Atopisch eczeem is genetisch bepaald en kan daarom niet worden genezen. De aanleg voor atopisch eczeem wordt erfelijk overgedragen en kan al snel na de geboorte tot uiting komen. Studies tonen aan dat er niet één maar meerdere genen (= dit zijn stukjes erfelijk materiaal gelegen op de chromosomen ) gerelateerd zijn aan het ontstaan van atopisch eczeem. Zeker één deze genen is betrokken bij de opbouw van de huid barrière. Andere genen spelen een rol bij het ontstaan van het overgevoelig afweersysteem bij eczeem.
Mutatie filaggrine eiwit. Een deel van de patiënten met atopisch eczeem heeft een mutatie in het gen die verantwoordelijk is voor het aanmaken van filaggrine eiwit. Filaggrine ( oftewel: filament aggregating protein) heeft een belangrijke rol in de functie van de huid barrière. Filaggrine speelt een belangrijke rol in het dicht houden van de huid en ook als natuurlijke bevochtiger van de huid (zogenaamde “natural moisturizer) . Bij mutaties in dit gen ontstaat een droge huid en een verslechterde huidbarrière. De huid is hierdoor constant “lek”. Door dit verstoorde huid barrière kunnen bacteriën en virussen gemakkelijker van buitenaf de huid binnendringen maar vice versa ook water en voedingstoffen van binnenuit naar buiten ontsnappen. Waarschijnlijk hebben mensen met atopisch eczeem ook mutaties in andere genen die ook andere huidbarrière eiwitten aanmaken, maar dit wordt momenteel nog onderzocht. Verder zijn er aanwijzingen dat dit defect in de huidbarrière een ontstekingsreactie uitlokt bij eczeem, wat de klachten van roodheid, zwelling en jeuk kan verklaren. Het afweersysteem probeert hiermee het defect in de huid dus op te lossen maar veroorzaakt tegelijkertijd juist meer problemen voor de persoon met eczeem.
| Sterkte | Stofnaam | Merknaam |
| Klasse 1 (zwak) | Hydrocortisonacetaat 1% | |
| Klasse 2 (matig) | Triamcinolonacetonide 0,1% | |
| Clobetasonbutyraat 0,05% | Emovate | |
| Flumetason 0,02% | Locacorten | |
| Hydrocortisonbutyraat 0,1% | Locoïd (ook emulsie en lotion) | |
| Klasse 3 (sterk) | Mometason 0,1% | Elocon |
| Betamethason valeraat 0,1% | Betnelan, Celestoderm | |
| Fluticason (creme 0,05%, zalf 0,005%) | Cutivate | |
| Betamethason dipropionaat 0,05% | Diprosone | |
| Desoximetason Bipharma 2,5 mg/g | Ibaril, Topicorte (lotion) | |
| Klasse 4 (zeer sterk) | Clobetasol propionaat 0,05% | Dermovate |
| Betamethason diproprionaat 0,05% in propyleenglycol | Diprolene |
Voor nauwkeurig smeren met corticosteroïdzalf kan de vingertopmethodiek worden gebruikt. Uitgangspunt van deze methodiek is dat met een tube met een opening van 5 mm een streepje zalf/crème wordt gelegd op het bovenste kootje van de wijsvinger van een volwassene, een vingertopeenheid (VTE). Dat is ongeveer een halve gram zalf/crème. Deze hoeveelheid is voldoende voor het insmeren van beide zijden van een volwassen hand, ongeveer 300 vierkante centimeter. Dat ziet er zo uit:
Bij prurigo van Besnier (papulaire zwangerschapsjeuk) is er wél sprake van duidelijke huidafwijkingen. Dit meestal kleine rode papeltjes (bobbeltjes) die meestal in kleine groepjes verschijnen. Vaak zijn deze papeltjes door de soms heftige jeuk opengekrabbeld.
De oorzaak van prurigo van Besnier is niet bekend. Veel dermatologen beschouwen het als een variant van constitutioneel eczeem.
Deze vorm van zwangerschapsjeuk is vrij zeldzaam, het komt bij ongeveer 1 op de 300 zwangerschappen voor en begint meestal rond de 6e zwangerschapsmaand.
Prurigo van Besnier verdwijnt meestal binnen enkele weken na de bevalling, maar soms houden de klachten ook langer aan.