Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Moedervlekken zijn licht tot donker gekleurde vlekjes of verhevenheden van de huid. Bij moedervlekken is er sprake van een concentratie van cellen die pigment kunnen vormen, de zgn. melanocyten. De concentratie van de melanocyten en de mate waarin deze cellen pigment produceren bepalen de kleur van de moedervlek.
Waarom moedervlekken ontstaan is niet precies bekend. Sommige moedervlekken bestaan al bij de geboorte. Dit zijn de zogenoemde congenitale moedervlekken. De meeste moedervlekken ontstaan tussen het 3e en 40e levensjaar. Erfelijke aanleg lijkt een belangrijke rol te spelen, evenals zonverbrandingen op de kinderleeftijd.
Moedervlekken hebben een (zeer) klein risico om te ontaarden in melanoom. Melanoom is een zeer agressieve vorm van huidkanker die al in een vroeg stadium kan uitzaaien (metastaseren). Wanneer het melanoom in een vroeg stadium ontdekt en verwijderd wordt is de kans dat het melanoom al uitgezaaid is klein en de de overlevingskans uitstekend. Omdat het melanoom in de huid gelokaliseerd is en dus goed zichtbaar is worden melanomen gelukkig vaak tijdig ontdekt.
Het identificeren is niet zo evident. Afhankelijk van het type zijn er verschillen in de kenmerken en bovendien kunnen de symptomen ook individueel verschillen tussen personen.
Basaalcelcarcinomen kan je voornamelijk herkennen aan het gladde, glazige uiterlijk. Vaak komt dit type huidkanker voor in het aangezicht en uit het zich in een traag groeiend knobbeltje dat na een tijd een zweertje wordt omringd door een gladde rand. Vaak voelt het zweertje vochtig en zit er een korstje op dat zeer gemakkelijk opengaat. Wanneer een basaalcelcarcinoom op de romp voorkomt, zal het meer lijken op een eczeemplekje.
Plaveiselcelcarcinomen komen vooral voor op hetaangezicht, de rug van de handen en de nek. Dit zijn plaatsen die veel in de zon komen en daardoor gevoeliger zijn voor huidkankerplekjes. Meestal uit het zich in een rozerood bultje met een schilferend korstje. Wanneer dit korstje verdwijnt, rest er een zweertje. Het verschil tussen de twee zit hem in de parelmoeren glans die zo karakteristiek is aan een basocellulair carcinoma. Een plaveiselcelcarcinoom heeft dit niet.
Premaligne afwijkingen van de huid kunnen ook uitgroeien tot huidkankerplekjes. Deze afwijkingen kan je herkennen aan keratose. Dit is een plekje op de huid dat lijkt op een wrat of een eczeemplek en die rasperig of ruw aanvoelt. Het kan ook uitgroeien tot een wondje wanneer je eraan krabt.
Afhankelijk van de plaats en grootte van de huidkanker, zal de huidspecialiste beslissen om het plekje chirurgisch te verwijderen, te bevriezen of weg te branden. Andere behandelingen kunnen fotodynamische therapie, lokale chemotherapie en immunotherapie zijn. Bij fotodynamische therapie maken ze de kwaadaardige huidcellen gevoelig voor licht waardoor ze afsterven. Lokale chemotherapie maakt gebruik van celdelingsremmende en celdodende crèmes. Immunotherapie stimuleert het afweersysteem om de kankercellen te verwijderen.
Na de eerste diagnose basaalcelcarcinoom, komen bij 1 op de 3 mensen binnen 5 jaar nieuwe basaalcelcarcinomen op andere delen van de huid. De oorzaak hiervoor is dat de huid op meerdere plaatsen schade heeft opgelopen door de UV-straling. In de eerste 6 maanden na de diagnose is de kans op een nieuw basaalcelcarcinoom het grootst.
Wanneer patiënten een extra hoog risico hebben om na de behandeling nieuwe basaalcelcarcinomen te krijgen, blijven enkele jaren bij de arts onder controle. Dit geldt ook voor patiënten die ernstige beschadiging van de huid hebben door de zon.
Tijdens een controle afspraak controleert de arts de plek, maar ook de rest van de huid, om te kijken of er op andere plekken al een basaalcelcarcinoom te zien is. Daarnaast is het natuurlijk ook belangrijk om zelf de huid goed in de gaten te houden. Het is aan te raden om eens in de 3 maanden goed te kijken of de huid veranderd is. Lees hier hoe u dat goed kunt doen.
Naast het zelf goed in de gaten houden van de huid is het belangrijk om u altijd goed tegen de zon te beschermen. Gebruik hiervoor elke dag een dagcréme met (minstens) factor 15 en zorg dat u niet te veel in de zon komt. Komt u op een dag wel veel in de zon, smeer u dan regelmatig in met zonnebrandcréme factor 30 of 50. Probeer daarnaast zo veel mogelijk een hoed te dragen wanneer u in de zon komt. Lees hier meer over goede bescherming van de huid.
Geschreven door Nadia Kamming (arts-onderzoeker dermatologie)
Kleine egaal bruin gepigmenteerde op de huid gelegen moedervlekken komen veel voor en hebben een bijzonder laag risico op ontaarding in melanoom.
De vlakke, in het niveau van de huid gelegen moedervlekken, die op latere leeftijd zijn ontstaan hebben weer een iets grotere kans om te ontaarden in melanoom.
De vlakke, wisselend gekleurde moedervlekken (ook wel atypische moedervlekken genoemd) lopen weer een groter risico dan de moedervlekken uit de laatst genoemde groep. Benadrukt moet worden dat zelfs de kans dat een atypische moedervlek ‘ontaardt’ nog steeds erg klein is.
Sommige aangeboren grote moedervlekken hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een melanoom. Omdat zij een aparte categorie vormen is hiervoor een aparte folder geschreven.