Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Baby acne zijn meestal mee-eters, gesloten poriën die verstopt zijn. Dit noem je ook wel gesloten comedonen. Bij baby’s zijn het meestal witte bultjes of rode vlekjes. Baby acne komt vooral voor op de wangetjes, het voorhoofd, de neus en de kin omdat hier de talgproductie het hoogst is. Oftewel de welbekende t-zone zoals we die ook bij puber acne kennen. Bij jongens is de kans op baby acne over het algemeen iets groter dan bij meisjes.
Er zijn grofweg twee soorten baby acne te onderscheiden. Je hebt de variant (Erythema toxicum neonatorum, afgekort ETN) die meestal al na een paar dagen na de geboorte verschijnt maar ook snel weer verdwijnt. Deze pukkeltjes zijn vaak rood van kleur en hebben soms een wit puntje. Ze lijken wel een beetje op vlooienbeten. Over deze variant wordt het meest geschreven en meestal is dit ook waar je baby last van heeft als er pukkeltjes ontstaan. Hier hoef je je dus absoluut geen zorgen over te maken.
De tweede variant (Neonatale cephale pustulose) verschijnt vaak enkele weken na de geboorte. Het grote verschil tussen deze en de eerder genoemde variant is dat het bij deze laatstgenoemde wel een aantal weken tot maanden kan duren voordat de puistjes verdwijnen.
Meest belangrijk is dat beide varianten onschuldig zijn en vanzelf weer verdwijnen.
Maar wat is het precies en wat kun je eraan doen? Elodie Mendels, (kinder)dermatoloog bij het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam, legt het uit.
“Ik wil beginnen met dat de term baby acne vaak verkeerd wordt gebruikt”, steekt Mendels van wal. “Zo wordt het in de volksmond vaak genoemd, maar echte acne komt maar bij een heel klein percentage baby’s voor. Dat is heel zeldzaam.”
Twee andere vormen komen vaker voor. Te beginnen bij neonatale cephalische pustulose. “Dit komt voor bij één op de vijf baby’s en ontstaat in de eerste twee tot drie weken van hun leven. Je ziet dan met name puistjes en rode pukkels op hun wangen, maar het kan ook te zien zijn op de romp, nek, kin, oogleden en hoofdhuid. De oorzaak is nog onduidelijk, maar mogelijk speelt een toegenomen hoeveelheid gist en talg een rol.”
De afgelopen twee maanden heeft je kindje kunnen oefenen met het eten van vaste hapjes. Nu je baby 6 maanden oud is, gaat de vaste voeding een grotere rol spelen in het voedingsschema. Hoe meer vaste voeding, hoe minder melk je kindje zal drinken. Toch zal je nog altijd zo’n vier tot zes keer per dag een borst- of flesvoeding geven. Het menu van je baby bestaat dus nog voor een groot deel uit melk.
Krijgt je baby flesvoeding? Dan geef je vanaf 6 maanden opvolgmelk. Hierin zit meer ijzer dan in zuigelingenmelk. Tijdens je zwangerschap heeft je baby een ijzervoorraad opgebouwd. Rond de 6 maanden raakt deze op.
Je baby kan nog niet voldoende ijzer uit de eerste hapjes vast voedsel halen. Daarom moet dit op een andere manier worden aangevuld. Dit gebeurt via moedermelk of opvolgmelk. In opvolgmelk zit ook meer calcium dan in zuigelingenvoeding. Dit kan je baby goed gebruiken. Door de overgang naar vaste voeding krijgt je kindje namelijk minder calcium via melk binnen.
Wanneer je je baby borstvoeding geeft, kan je dit gewoon blijven doen zolang je wil. Je moedermelk past zich namelijk aan op wat je baby nodig heeft.
Tot je kindje 1 jaar oud is, kan je beter geen gewone melk geven. Hierin zit te weinig calcium en te veel eiwit en zout. Af en toe een slokje kan geen kwaad, maar in grote hoeveelheden kan gewone melk schadelijk zijn voor je baby.
Sommige baby’s wennen snel aan de eerste hapjes vaste voeding en het drinken van water en thee. Bij andere baby’s kan dit wat langer duren. Deze tips kunnen de overgang naar vast voedsel en water wat makkelijker maken voor je kleine.