Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Bij dysbiose is de normale balans tussen micro-organismen op de huid dusdanig verstoord dat er mogelijk een effect is op een andere bestaande aanleg (predispositie) tot ziekte. Hierdoor kan een ziekte tot uiting komen of een bestaande ziekte opvlammen of verergeren. Dit kan een rol spelen bij een aantal zeer frequent voorkomende huidziekten zoals psoriasis, eczeem, acne en rosacea. Omdat de rol van micro-organismen hierbij nog onduidelijk is, richt het microbioomonderzoek van de huid zich met name op de mogelijke rol van micro-organismen bij deze groep van ziekten.
Bij oppervlakkige huidinfecties worden antibiotica, zoals fusidinezuur en tetracycline, in zalf of crème lokaal toegepast. Diepere infecties zullen doorgaans bestreden worden met antibiotica die als pil worden ingenomen of per infuus worden toegediend, en daardoor effect kunnen hebben in het hele lichaam (systemische antibiotica). S. aureus en de multiresistente vorm daarvan (de MRSA -bacterie) is een veelvuldige veroorzaker van huidinfecties en is vaak aanwezig in de neus- en keelholte van waaruit opnieuw infectie kan plaatsvinden. Het uitroeien van S. aureus is niet eenvoudig en vereist een antibioticumkuur in combinatie met ontsmetting van de neus- en keelholte.
Al deze antimicrobiële therapieën zijn vanuit een microbioom-standpunt weinig specifiek. Zowel de gebruikte antibiotica als de chloorbaden zullen een groot deel van het huidmicrobioom uitroeien, inclusief de commensale organismen Staphylococcus epidermidis en P. acnes die samen 50-90% van het huidmicrobioom kunnen uitmaken. De huid van de eczeempatiënten zal dan ook snel weer gerekoloniseerd kunnen worden door S. aureus waardoor de vicieuze cirkel opnieuw kan beginnen. Een zeer smalspectrum antibioticum dat alleen S. aureus doodt zou hier potentieel goed kunnen werken. Dit in combinatie met ontsmetting van de neusholte om herinfectie te voorkomen.
Een interessante ontwikkeling op dit gebied is het gebruik van bacteriofagen. Dit zijn virussen die specifiek bepaalde bacteriën infecteren en doden. Bacteriofagen of de enzymen die zij gebruiken om de bacteriewand kapot te knippen, worden momenteel onderzocht op hun bruikbaarheid om (huid)infecties te bestrijden.
Enkele andere huidziekten waarbij het microbioom een rol kan spelen zijn psoriasis, rosacea en hoofdroos. Bij psoriasis, een verstoring van de huidgroei waarbij rode schilferende plekken ontstaan, zijn er subtiele verschuivingen in het microbioom gevonden, maar ook hier is de oorzaak-gevolgrelatie onduidelijk. Bij rosacea, een aandoening van het gelaat die gekenmerkt wordt door een vlekkerige rode huid met duidelijk vergrote bloedvaatjes, is er geen aantoonbare infectie, maar de aandoening reageert vaak toch goed op lokale of systemische antibioticabehandeling.
Zinkzalf: Zinkoxide is bestanddeel van vele dermatologische preparaten vanwege het indrogend effect. Nanozinkdeeltjes hebben een bacteriedodende werking.
Zoutbaden: De baden zouden effectief zijn bij psoriasis in combinatie met ultraviolet-B-lichtbestraling. Het effect op het microbioom is onbekend. Deze benadering wordt echter niet veel meer toegepast. Zoutbaden onttrekken peptiden aan de hoornlaag, waaronder ontstekingseiwitten maar ook antimicrobiële peptiden.
De kans op bijwerkingen is klein. U kunt bijwerkingen zoveel mogelijk voorkomen door te smeren met tussenpozen en volgens de voorschriften. Dit geldt voor de basiszalven en de dermatocorticosteroïden. Bijwerkingen van dermatocorticosteroïden zijn:
Het risico op bijwerkingen is groter op plekken van het lichaam waar de huid dunner is, bijvoorbeeld in het gezicht, op de oogleden, in de lichaamsplooien of op de geslachtsdelen.
Zo gaat u jeuk zoveel mogelijk tegen, bij uzelf of bij uw kind:
Sinds mensenheugenis worden zalven, crèmes en lotions op de huid aangebracht om medische of cosmetische redenen. In sommige gevallen wordt er bewust iets op de huid gesmeerd om een verstoord microbioom te corrigeren of te voorkomen, zoals bij antibiotica en antiseptica.
Meestal is het beoogde effect van deze uitwendige (topicale) therapie gericht op het remmen van ontstekingen bijvoorbeeld door hormoonzalven met corticosteroïden, of het verbeteren van cosmetische eigenschappen met zalven tegen droge of schrale huid. Het is vaak onbekend hoe therapeutische effecten tot stand komen, en in welke mate deze topicale therapieën het huidmicrobioom beïnvloeden, ten goede of ten kwade.