Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Niet alle puistjes zijn hetzelfde en worden op dezelfde manier veroorzaakt. In deze blog bespreken we de puistjes die het meest voorkomen en wat je daartegen kan doen.
In de eerste plaats maken we onderscheid tussen mee-eters en puistjes. Van deze twee ervaren veel mensen het meeste ongemak. Wat zijn het nu precies en waar op je lichaam komen ze voor?
Mee-eters
Een mee-eter is een verstopping van je poriën. Vaak zijn mee-eters het voorstadium van een puistje, maar als je ze op tijd ontdekt, kan je voorkomen dat ze daadwerkelijk in puistjes veranderen.
Mee-eters kunnen een zwart kopje of een witte kop hebben. Mee-eters met een zwarte kop worden ook wel ‘open mee-eters’ genoemd. Het zwarte kopje is zwart omdat de talg die de porie heeft verstopt, in aanraking is gekomen met zuurstof. Een mee-eter met een zwart kopje kan je vaak makkelijk bestrijden met een gezichtsmasker, salicylzuur of met een geschikte olie. Meestal gaan ze snel weg.
De mee-eters met een witte kop zijn lastiger te bestrijden. Vaak liggen ze wat dieper onder je huid. Daar vormen ze meestal het begin van een onderhuids puistje. Als je zo’n witte, onderhuidse mee-eter op tijd ontdekt, kan je er met bijvoorbeeld groene klei voor zorgen dat de bacteriën die een puistje maken van de mee-eter, op tijd verwijderd worden.
Mee-eters kunnen over je hele lichaam voorkomen, maar vaak hebben mensen ze in hun gezicht. Vooral het voorhoofd, de neus, de kin, het gebied tussen de wenkbrauwen en de kaaklijn zijn bij veel mensen gevoelig voor puistjes. Mee-eters kunnen ook voorkomen op de rest van je lichaam. Mensen die gevoelig zijn voor acne, hebben vaak makkelijk mee-eters op hun schouders en rug.
Puistjes
Bij een puistje is de porie verstopt (mee-eter), en is deze verstopping gaan ontsteken door bacteriën. Een puistje voelt geïrriteerder en pijnlijker aan dan een mee-eter en valt meestal meer op. Ze zijn roder en dikker dan mee-eters. Sommige puistjes voel je ook echt ‘zitten’.
Net als bij mee-eters, hebben de meeste mensen last van puistjes op hun gezicht, rug en schouders. Puistjes op de billen of bovenbenen komen ook regelmatig voor.
De 8 B-vitamines zijn onmisbaar voor het menselijk lichaam en daarmee ‘essentieel‘. De gezamenlijke uitwerking van dit clubje vitamines is onder meer nodig bij en/of verantwoordelijk voor:
Voor de B-vitamines geldt dat ze er (op vitamine B11 na dan) bekend om staan energie vrij te maken uit de voeding die je eet. Dit zorgt ervoor dat ze een zeer belangrijke rol spelen op het gebied van energiehuishouding. Bovendien is het zo dat verschillende van deze vitamines er eveneens bekend om staan een cruciale rol te spelen op het gebied van het verminderen van vermoeidheid. Het gaat hierbij dan meer concreet om de onderstaande:
Voor elke B-vitamine individueel geldt dat ze ook nog één of meerdere andere, specifieke functies vervult. Zo geldt voor vitamine B8 bijvoorbeeld dat ze er bekend om staat zeer belangrijk te zijn voor onze haren. Voor vitamine B6 geldt dan weer dat ze uiterst belangrijk is voor de ondersteuning van de hormonale activiteit. Dit alles zorgt ervoor dat het zonder meer de moeite waard kan zijn om je te gaan verdiepen in de uitwerking van alle B-vitamines individueel.
Acne en voeding wordt hier behandeld. Door enkele voedingsmiddelen te vermijden kan het een stuk verbeteren of helemaal verdwijnen. Acne is een huidaandoening die meestal bij jongeren in de puberteit voorkomt. Het wordt ook wel acne vulgaris, pukkeltjes of jeugdpuistjes genoemd. Het wordt veroorzaakt door ontstoken talgklieren. Talgklieren komen vooral voor op het gezicht, de nek, rug en schouders. Talg vormt een beschermend laagje op de huid. Het is een vettige stof die via kleine openingen in de huid, de poriën, naar buiten komt. Als de talgkliertjes verstopt raken, gaan ze ontsteken. De talgklieren raken onder meer verstopt door bacteriën, dode huidcellen en talg. Zo ontstaan de puistjes. Vaak verdwijnt het na het 25e levensjaar. Sommige mensen kunnen echter langer last hebben van acne. Deze aandoening wordt vooral als vervelend en onaangenaam ervaren. Het is echter een geheel onschuldige aandoening.
Er zijn verschillende vormen bekend. Acne uit zich in comedonen en puistjes. Comedonen staan ook wel bekend als mee-eters. Het zijn zwarte puntjes die door de open, ontstoken talgklieren naar buiten komen. Comedonen ontsnappen niet aan het oog. Daarnaast kunnen ze jarenlang blijven zitten. Ze zorgen voor grove poriën en de huid ziet er onrustig uit.
Als de talgklieren onder de huid verstopt raken, dan worden het rode plekjes op de huid. Deze rode plekken zijn de welbekende puistjes, wat ook later abcessen kunnen worden. Het is goed te herkennen aan het gele pus kopje. De kunst is om er vanaf te blijven. Dit geldt ook voor de mee-eters. Als het puistje wordt uitgeknepen kan het littekens achterlaten. Tevens kan de acne verergeren, als de puistjes worden uitgeknepen.
Ook kunnen de talgklieren verhoornen. Verhoornen betekent dat de cellen langzaam uitdrogen en uiteindelijk afsterven. Dat blokkeert de uitgang voor het pus en de talg die naar buiten willen. Hierdoor kan de talg niet naar buiten en ontstaat een mee-eter of puistje.
Er is om die reden al vaak gekeken naar de mogelijke relatie tussen acne en (snelle) koolhydraten in onze voeding. Niet al die onderzoeken zijn even goed opgezet. In deze studie onder een groep New Yorkers is gekeken naar het verschil tussen de glycemische lading van het dieet van mensen mét en mensen zonder acne.
Wat is nu eigenlijk glycemische index (GI) en waar staat glycemische lading (GL) voor? De GI van een voedingsmiddel zegt iets over de snelheid waarmee de suikerspiegel stijgt, en de snelheid van koolhydraatomzetting. De GL geeft een meer volledig beeld. Deze waarde zegt ook iets over de GI van een product, maar houdt daarbij rekening met de portiegrootte. Een hapje witte pasta heeft namelijk niet hetzelfde effect als twee volle borden.
Acne wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren waaronder een verhoogde talgproductie, verstopte poriën en een ontstekingsreactie in de talgklieren en haarfollikels. Mannelijke geslachtshormonen (androgenen) en verschillende andere hormoonstoffen als insuline en insuline-achtige groeifactor (IGF-I) stimuleren bijvoorbeeld de talgproductie. Ook het zogeheten IGF-bindende proteïne (IGFBP-3) en het sekshormoon bindende globuline (SHBG) dragen bij aan acne door de groeistimulatie van keratinocyten en talgklieren.
In het onderzoek werden in totaal werden 64 mensen uit New York met een gemiddelde leeftijd van rond de 22 jaar onderzocht. De helft van de groep had matige tot ernstige acneklachten, de andere groep van 32 mensen had geen last van puistjes. De deelnemers moesten gedurende vijf dagen volgens specifieke (meet)methoden hun dieet bijhouden. Gevraagd werd om zo min mogelijk af te wijken van de normale eetgewoonten.
Er werden niet alleen metingen gedaan aan de huid. Ook werden op twee momenten in het onderzoek bloedsamples genomen om verschillende biologische factoren te kunnen meten die een rol spelen bij acne. Waaronder de glucosewaarden, de hoeveelheid insuline, insuline-achtige groeifactor (IGF), IGFB-3 en de concentratie SHBG. Er werden verder nog ‘algemene’ metingen gedaan aan de bouw van het lichaam (lengte, gewicht, BMI, tailleomvang). Ook werd onderzocht op welke manier de deelnemers keken naar voeding en acne, welke (verkeerde) aannames spelen er? Ten slotte werd de kwaliteit van leven in kaart gebracht van beide groepen.