Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
De teek begint zijn leven als larve die zich ontwikkelt tot nimf en vervolgens tot volwassen teek. Voor elk stadium in de ontwikkeling heeft de teek een nieuwe gastheer nodig. Wanneer de nimfe of volwassen teek in een eerder stadium bloed heeft gezogen bij een door de bacterie besmette gastheer zal hij besmet worden. Bij een volgend ‘bloedmaal’ bij een nieuwe gastheer kan de Borrelia bacterie worden overgebracht. Na de tekenbeet verplaatst een aantal bacteriën zich van de darm naar de speekselklieren van de teek en komen zo in de huid van de gastheer terecht. Dit proces duurt ongeveer 24 uur. Door zich te binden aan eiwitten in het speeksel van de teek weet de bacterie zich af te schermen tegen het immuunsysteem van de gastheer.
Gedacht wordt dat de nimfen voor de mens de belangrijkste besmettingsbron zijn: De nimfen zijn klein (iets groter dan 1 mm) en de beet is meestal niet pijnlijk, dus de vastgebeten nimf wordt vaak laat ontdekt. Dit is van belang, omdat de kans op overdracht van de bacterie klein is als de teek of de nimf binnen 24 uur wordt verwijderd.
Vaak wordt de tekenbeet niet eens opgemerkt. De helft van alle patiënten met de ziekte van Lyme kan zich niet herinneren door een teek gebeten te zijn..
Ook bij de interpretatie van negatieve testuitslagen speelt de voorafkans een grote rol. Bij vroege lymeborreliose (bijvoorbeeld bij vroege neuroborreliose) kan de antistofrespons nog onvoldoende tot ontwikkeling zijn gekomen en kunnen fout-negatieve uitslagen voorkomen [ figuur] . Bij een typische manifestatie van lymeborreliose en een korte ziekteduur sluit een negatieve test de ziekte dus niet uit. Als men het serologisch onderzoek na enkele weken herhaalt, kan dat duidelijkheid bieden.
In uitzonderingsgevallen kan er sprake zijn van een ‘seronegatieve Lyme’, bijvoorbeeld bij (partiële) immunodeficiënties of gebruik van medicijnen die interfereren met een goede antistofrespons, zoals rituximab.1617 Het aantal goed gedocumenteerde gevallen waarbij seronegatieve Lyme is bevestigd door het aantonen van DNA van de Borrelia -bacterie, is zeer klein. In een aantal van deze in de literatuur beschreven patiënten is overigens wel sprake van grenswaardereactiviteit in diverse antistoftests, waardoor het predicaat ‘seronegatief’ bij die patiënten mogelijk niet geheel juist is.
Veel mensen met de ziekte van Lyme ervaren pijn en vermoeidheid in zowel de vroege als latere stadia van de ziekte, en ook als aanhoudende klachten na behandeling.
Veelvoorkomend zijn: spierpijn, spierzwakte, spierkrampen, stijve en pijnlijke nek, rugpijn, zenuwpijn, hoofdpijnen, gewrichtspijn (zie ook Lyme-artritis), buikpijn, pijn aan de ribben of het borstbeen, een niet uitgerust gevoel bij ontwaken, een vergrote behoefte aan slaap en moeite met in slaap vallen of doorslapen.
Ook ervaren veel patiënten na inspanning een verergering van symptomen of een algeheel beroerd voelen, ook wel post-exertionele malaise (PEM) genoemd.
De spier- en gewrichtsklachten hebben vaak een verspringend en fluctuerend beloop. Vanwege de gelijkenissen kunnen deze symptomen ook verward worden met fibromyalgie. Daarnaast kunnen ook pijnlijke ontstekingen aan spier- en bindweefsel optreden en ontstekingen aan het beenvlies, het vlies dat de botten bekleedt.
De betrouwbaarheid van de huidige testen (ELISA en Western Blot) is verre van optimaal. Lees daar meer over in het artikel Waarom is er geen betrouwbare test voor de ziekte van Lyme?
Door gebruik van meerdere tests en testmethodes kun je meer zekerheid krijgen, maar een negatief testresultaat geeft nooit garantie dat je niet besmet bent. In geval van twijfel moeten de symptomen en niet de testuitslag de doorslag geven.
Niet alleen de Borrelia bacterie hoeft verantwoordelijk te zijn voor de klachten. Teken kunnen ook besmet zijn met andere ziekteverwekkers die andere door teken overdraagbare ziekten kunnen veroorzaken en waarvan de symptomen vaak overlap vertonen met die van de ziekte van Lyme. De onbekendheid van het gelijktijdig met Borreliose bestaan van andere tekenbeetziekten, dan ook wel co-infecties genoemd, is groot.
De meest voorkomende andere tekenbeetziekten zijn: Anaplasmose/Ehrlichiose, Babesiose, Rickettsiose, Bartonellose en de door Mycoplasma’s veroorzaakte ziekten. Lees meer bij andere tekenbeetziekten. Voor de testen op deze ziekten gelden vaak vergelijkbare beperkingen als bij de ziekte van Lyme.
ACA is considered a risk factor for malignancies, including B-cell lymphoma, basal cell carcinoma and squamous cell carcinoma.
The treatment of first choice is ceftriaxone (e.g. Rocephin), even in the case of concomitant extracutaneous manifestations such as arthritis or CNS involvement (see Table 1). The antibiotic cycles should be repeated at 3-month intervals depending on the clinical situation and last 21-28 days due to the generation times.
Adults receive ceftriaxone 1 time/day 2 g i.v., in severe, refractory cases up to 4 g/day for 3 weeks. Children receive 50 mg/kg bw once/day up to a maximum dose of 2 g/day for 21 days. In premature infants and newborns up to 2 weeks, do not exceed doses of 50 mg/day/kg bw.
The duration of therapy depends on the clinical findings, cycles may need to be repeated.
Antibody titer controls are only of limited value for the course of the healing process. However, a drop in titres can be observed with sufficient therapy. Atrophies are not reversible.
Alternative: Oral amoxicillin 500 to 1000 mg three times a day for 14 to 28 days
Alternative: Doxycycline orally 100 mg twice daily or 200 mg once daily for 14 to 28 days
Alternative: Cefotaxime 2000 mg intravenously every 8 hours for 14 to 28 days
Alternative: Penicillin G intravenously 3 to 4 MU every 4 hours for 14 to 28 days
Children/pregnancy (risk of diaplacental transmission!)
Erythema migrans
Op de plaats waar de teek gebeten heeft ontstaat een rood, vaak jeukend, plekje. Deze rode plek ontstaat bijna altijd, ook als er geen infectie met Borrelia heeft plaatsgevonden. Wanneer dit rode plekje binnen 1 week weer verdwijnt is besmetting met de Borrelia bacterie niet erg waarschijnlijk. Wanneer er enige dagen na de beet sprake is van uitbreiding van de roodheid en zeker wanneer een rode ringvormige plek ontstaat is een infectie wél heel waarschijnlijk.
Erythema migrans is het meest voorkomende symptoom van infectie met borrelia. Ongeveer 80% van de mensen die geïnfecteerd raakt ontwikkelt deze kenmerkende, ringvormige huidafwijking.Soms is er alleen sprake van een egaal rood gebied rond de tekenbeet. De kenmerkende rode afwijking kan al na enkele dagen ontstaan, maar wordt soms pas na enkele maanden zichtbaar. Gemiddeld ontstaat de afwijking 17 dagen na de tekenbeet. Erythema migrans veroorzaakt soms jeukklachten of een lichte branderige pijn. In dit eerste stadium van de ziekte van Lyme is er in 23-50% van de gevallen sprake van hoofdpijn, spierpijn, moeheid of koorts.
Lymphocytoma cutis
Een andere uiting van het eerste stadium van de ziekte van Lyme is een rood-paarse zwelling van de huid die gemiddeld enkele centimeters groot is. Hoewel het lymphocytoom overal op de huid kan voorkomen zijn de oorlel (vooral bij kinderen) en het gebied rond de tepel voorkeursplekken voor het ontstaan van deze afwijking. Deze uiting van de ziekte van Lyme is veel zeldzamer dan het hierboven beschreven erythema migrans. Slechts 2 tot 3% van de met de borrelia geinfecteerde mensen ontwikkelt een lymphocytoom.