Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Op grond van onderstaande kenmerken van het basaalcelcarcinoom adviseert uw arts u over de behandeling:
In de meeste gevallen zal een basaalcelcarcinoom onder plaatselijke verdoving operatief worden verwijderd. Andere behandelmogelijkheden zijn celdodende zalven (5-FU creme, Imiquimod), vloeibare stikstof, photodynamische therapie (PDT) en bestraling (radiotherapie). Uw dermatoloog kan uitleggen wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende behandelingen. Bij de behandeling wordt gestreefd naar een optimaal cosmetisch resultaat en het behouden van de functie.
Als de huisarts het plekje op de huid niet vertrouwt, geeft hij of zij een verwijzing naar een dermatoloog. Een dermatoloog is een huidarts.
Het onderzoek naar een melanoom begint eigenlijk altijd met het weghalen van het plekje. De dermatoloog verwijdert het plekje en snijdt eromheen ook een extra randje gezonde huid weg.
Onderzoeken om uitzaaiingen op te sporen:
Een melanoom kan uitzaaien. Dat gebeurt als er kankercellen losraken van het melanoom. De uitzaaiingen komen het eerst in de lymfeklieren in de buurt van het plekje. Die klier heet de schildwachtklier.
Tijdens het onderzoek verwijdert de arts de schildwachtklier om hem verder te kunnen onderzoeken. In het laboratorium kijkt de patholoog of er uitzaaiingen in de klier zitten.
Zijn er lymfeklieren gevonden die vergroot zijn? Dan gebruikt de arts een echo om te kijken of er uitzaaiingen in lymfeklieren zitten.
Een echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Deze golven hoor je niet. De weerkaatsing (echo) van de golven maakt organen en weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Zo kan de arts de organen in het lichaam bekijken en een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.
Tijdens het onderzoek smeert de arts of echolaborant gel op de huid. Hij of zij beweegt een klein apparaatje over de huid dat de geluidsgolven uitzendt.
Bij een punctie haalt de arts vocht uit de lymfeklieren weg om te onderzoeken op uitzaaiingen. Dat gebeurt met een dunne, holle naald. Een patholoog onderzoekt het vocht onder de microscoop.
Soms maakt de arts ook gebruik van echografie of een scan. Zo kan de arts precies zien wat hij of zij doet.
Als er een kans is dat het melanoom is uitgezaaid, kan de arts een CT-scan aanvragen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Het scan-apparaat maakt gebruik van röntgenstraling en een computer.
Na de eerste diagnose basaalcelcarcinoom, komen bij 1 op de 3 mensen binnen 5 jaar nieuwe basaalcelcarcinomen op andere delen van de huid. De oorzaak hiervoor is dat de huid op meerdere plaatsen schade heeft opgelopen door de UV-straling. In de eerste 6 maanden na de diagnose is de kans op een nieuw basaalcelcarcinoom het grootst.
Wanneer patiënten een extra hoog risico hebben om na de behandeling nieuwe basaalcelcarcinomen te krijgen, blijven enkele jaren bij de arts onder controle. Dit geldt ook voor patiënten die ernstige beschadiging van de huid hebben door de zon.
Tijdens een controle afspraak controleert de arts de plek, maar ook de rest van de huid, om te kijken of er op andere plekken al een basaalcelcarcinoom te zien is. Daarnaast is het natuurlijk ook belangrijk om zelf de huid goed in de gaten te houden. Het is aan te raden om eens in de 3 maanden goed te kijken of de huid veranderd is. Lees hier hoe u dat goed kunt doen.
Naast het zelf goed in de gaten houden van de huid is het belangrijk om u altijd goed tegen de zon te beschermen. Gebruik hiervoor elke dag een dagcréme met (minstens) factor 15 en zorg dat u niet te veel in de zon komt. Komt u op een dag wel veel in de zon, smeer u dan regelmatig in met zonnebrandcréme factor 30 of 50. Probeer daarnaast zo veel mogelijk een hoed te dragen wanneer u in de zon komt. Lees hier meer over goede bescherming van de huid.
Geschreven door Nadia Kamming (arts-onderzoeker dermatologie)
De belangrijkste behandeling van de meeste huidgezwellen verloopt chirurgisch. Ook chemotherapie, immuuntherapie, doelgerichte therapie en radiotherapie wordt toegepast voor maligne melanomen.
Een ingreep onder lokale verdoving vereist een of meerdere inspuitingen in de huid met een verdovingsmiddel. Doorgaans wordt hiervoor lidocaïne gebruikt. De inspuitingen gebeuren met een fijne naald en geven een kortstondig vervelend, branderig gevoel. Snel daarna wordt de huid ongevoelig voor pijn. Aanrakingsgevoeligheid blijft behouden, het is dus heel normaal dat je nog voelt dat er ‘iets gebeurt’ zonder dat je enige pijn voelt. De verdoving houdt na inspuiting gemiddeld 2 tot 3 uur aan.
Voordelen van lokale verdoving zijn (onder meer) dat je:
PDT (photodynamic therapy, fotodynamische therapie) is een selectieve methode voor het behandelen van premaligne en maligne huidafwijkingen.
De techniek gebruikt een stof die in crèmevorm op de te behandelen zone wordt aangebracht en die specifiek door de tumorcellen wordt opgenomen. Het product blijft drie uren onder verband inwerken. Nadien wordt de huid belicht met een fel rood licht waardoor de opgenomen stof geactiveerd wordt, die de tumorcellen beschadigt. De techniek is vooral geschikt voor oppervlakkige letsels (
Bij aktinische keratosen wordt vaak een ganse huidzone met het product ingesmeerd om de letsels zelf en hun vroege voorlopers in een specifiek gebied te behandelen.