Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
De behandeling van het melanoom bestaat uit het wegsnijden (excisie) onder plaatselijke verdoving. Meestal wordt dit na een paar weken herhaald met een bepaalde marge rond het litteken, afhankelijk van de dikte van het melanoom. De stukjes huid worden steeds door een anatoom-patholoog onderzocht. Indien lymfeklieronderzoek of ander onderzoek nodig is, wordt u naar een gespecialiseerd centrum verwezen. In het geval dat er uitzaaiingen naar elders in het lichaam zijn, wordt u eveneens naar een gespecialiseerd centrum verwezen.
De symptomen van huidkanker kunnen verschillen afhankelijk van het type kanker. Het meest voorkomende symptoom is echter dat de huid op de een of andere manier is veranderd. De huid voelt bijvoorbeeld anders aan of ziet er anders uit dan voorheen.
Huidveranderingen die kanker kunnen veroorzaken zijn bijvoorbeeld:
Kanker in de vorm van knobbels, vlekken en moedervlekken kan onder andere hard, zacht of schilferig zijn. Ze kunnen gevoelig aanvoelen, pijnlijk zijn of bedekt met harde schubben, jeuken of bloeden.
Om eventuele uitzaaiingen naar de dichtstbijzijnde lymfeklieren op te sporen, kan afhankelijk van de Breslow-dikte van het melanoom de zogenaamde schildwachtklier worden opgespoord en onderzocht.
Het schildwachtklieronderzoek is een weinig belastende chirurgische ingreep die informatie kan geven over de prognose (= verwachte kans op overleven), maar of de overlevingskansen door deze ingreep zelf verbeteren, is nog veel discussie. Voor dit onderzoek wordt u verwezen naar de oncologisch chirurg.
De keuze voor een bepaalde behandeling is afhankelijk van uw conditie, de uitgebreidheid van de ziekte en de aanwezigheid van bepaalde kenmerken van het melanoom, zoals een BRAF-mutatie die een doelgerichte behandeling mogelijk maakt. Met immuuntherapie wordt de lichaamseigen afweer gebruikt bij het bestrijden van deze vorm van kanker. Door onderzoek kan de behandeling verder worden verbeterd. Wij kunnen u informeren over deelname aan een studie waarin de werkzaamheid van nieuwe behandelingenwordt onderzocht.
Bij melanomen die dunner zijn dan 0,8 millimeter (Breslow-dikte) en geen ulceratie vertonen onder de microscoop, wordt na de therapeutische re-excisie geen verder onderzoek gedaan. Het risico op uitzaaiingen is erg klein. Bij een eenmalige nacontrole op de polikliniek dermatologie zullen uw lymfeklieren gevoeld worden en uw arts kan u uitleggen hoe u dit thuis ook regelmatig kunt doen.
Een uitzaaiing van een melanoom gaat meestal door de lymfebanen in de huid naar de dichtstbijzijnde lymfeklier. Deze klier wordt de schildwachtklier (ook wel poortwachter of ‘sentinel node’) genoemd. Onderzoek naar mogelijk uitzaaiing naar de schildwachtklier wordt uitgevoerd door een oncologisch chirurg bij melanomen die 0.8 millimeter of dikker zijn, of dunner dan 0.8 millimeter met ulceratie. Dit speciale onderzoek vindt plaats gelijktijdig met de therapeutische re-excisie. Tijdens deze procedure wordt er een radioactieve vloeistof in de huid gespoten rondom het litteken wat is overgebleven tijdens het weggehaalde van het melanoom tijdens de diagnostische excisie. De vloeistof gaat automatisch naar de dichtstbijzijnde lymfeklier waardoor de oncologisch chirurg deze schildwachtklier kan opsporen. Deze lymfeklier wordt operatief verwijderd en door de patholoog onderzocht op uitzaaiingen. Soms wordt er tijdens de operatie ook nog een speciale kleurstof ingespoten rondom het litteken van het melanoom. Ongeveer 10-14 dagen na de operatie krijgt u de uitslag van het onderzoek.
Zijn er in deze lymfeklier geen uitzaaiingen, dan is het risico op uitzaaiingen in andere lymfeklieren zeer klein. Wanneer er wel uitzaaiingen worden gevonden zal de oncologisch chirurg met u een verwijzing naar de internist-oncoloog bespreken voor eventuele vervolgbehandelingen.