Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Utrecht, juni 2005,
In hun artikel gaan De Bruin-Weller en Bruijnzeel-Koomen (2005:1096-100) maar in beperkte mate in op de bijwerkingen van de nieuwe middelen. De Food and Drug Administration (FDA) deed in maart 2005 ‘Alerts’ voor werkenden in de gezondheidszorg uitgaan, een over tacrolimus en een over pimecrolimus, naar aanleiding van post-marketingrapporten (www.fda.gov). Gewaarschuwd wordt voor een potentieel risico op het ontstaan van carcinomen. De Bruin-Weller en Bruijnzeel-Koomen meldden al dat tacrolimus bij proefdieren huidtumoren kan veroorzaken. De FDA rapporteert over 19 casuïstische mededelingen van lymfomen en huidtumoren die in verband gebracht worden met lokale toediening van tacrolimus. Van tacrolimus was al bekend dat het bij systemisch gebruik huidtumoren en lymfomen kon veroorzaken, doordat het middel de normale afweer tegen het ontstaan van tumoren onderdrukt. Na lokale toepassing van tacrolimus bij kinderen bleek dat in sommige gevallen ook meetbare bloedspiegels gevonden werden die in het bereik vielen van bloedspiegels gemeten na systemische toediening van het middel. Ook met betrekking tot pimecrolimus bestaat bezorgdheid over het risico op huidtumoren. De plaats van de topicale immunomodulerende middelen (TIM’s) lijkt dan ook beperkt door het potentiële risico op huidtumoren en andere tumoren. Duidelijkheid over de exacte grootte van dit risico zal er pas over geruime tijd zijn. De potentiële bijwerkingen van klasse-1- en klasse-2-dermatocorticosteroïden zijn bij een voorzichtig gebruik, conform de richtlijn ‘Dermatocorticosteroïden’ van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO uit 2001, niet heel ernstig. Het zou dan ook onverstandig zijn deze dermatocorticosteroïden op grote schaal te vervangen door middelen met een klein, maar reëel risico op ernstiger bijwerkingen.
Groningen, mei 2005,
De auteurs tekenen aan dat er nog weinig gegevens zijn over langetermijneffecten, met name wat betreft de UV-carcinogenese. Ik ben het hier geheel mee eens. Een aantal dagen na de aanvaarding van het bewuste artikel zijn er ‘Alerts’ uitgegaan van de FDA betreffende potentiële carcinogeniteit van tacrolimus en pimecrolimus (www.fda.gov).3 Tot december 2004 had de FDA 19 meldingen ontvangen die in verband worden gebracht met tacrolimus, waarvan 3 bij kinderen, en 10 die in verband worden gebracht met pimecrolimus, waarvan 4 bij kinderen. Het ging hier niet alleen om maligniteiten van de huid, maar ook om lymfoom. Na lokale toediening kunnen systemische bloedspiegels worden gemeten die bij kinderen zelfs zo hoog kunnen zijn als bij volwassenen na orale toediening. Deze gegevens, in combinatie met het werkingsmechanisme en het feit dat ook in dierstudies carcinogeniteit is aangetoond, heeft de FDA doen besluiten deze waarschuwing uit te doen gaan. De European Medicines Agency (EMEA) en het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) hebben nog niet gereageerd.
In 2022 publiceerde Blank met zijn onderzoeksgroep de resultaten van deze PRADO-studie waar 60 van de 99 patiënten met een uitgezaaid melanoom goed reageerde op de immuuntherapie voor de operatie. “Het uitvoeren van deze studies heeft uiteindelijk geleid tot de opzet van de NADINA-studie, de allereerste fase 3-studie naar neoadjuvante immuuntherapie bij huidkanker”, aldus Blank.
In de NADINA-studie werden wereldwijd 423 patiënten verdeeld over twee groepen. De ene groep kreeg de standaardbehandeling met eerst een operatie, gevolgd door 12 kuren immuuntherapie met nivolumab. De andere groep kreeg twee behandelingen immuuntherapie met ipilimumab en nivolumab gevolgd door een operatie. Blank: “Bij 59% van de patiënten die immuuntherapie vóór de operatie kregen, was de tumor bijna compleet of volledig verdwenen, waardoor geen aanvullende behandeling nodig was”. Ook voor mensen met een slechte respons en slechte prognose is er winst geboekt: zij konden een nabehandeling met immuuntherapie of doelgericht therapie na de operatie ondergaan.
In welchen Fällen Immunsuppressiva nicht eingesetzt werden, hängt von individuellen Faktoren und dem jeweiligen Wirkstoff ab. Mithilfe der Krankenvorgeschichte kann der*die behandelnde Arzt*Ärztin entscheiden, welches Medikament infrage kommt beziehungsweise ausgeschlossen werden muss. Die häufigste Kontraindikation ist eine Überempfindlichkeit gegen den Wirkstoff.
Bestimmte Medikamente sind beispielsweise kontrainidziert bei:
Dermatologische patiënten die wegens hun huidziekte een van de bovengenoemde medicijnen gebruiken, worden inderdaad beschouwd als kwetsbare patiënten. Deze groep moet extra aandachtig de beschermingsmaatregelen opvolgen. Naast de algemene, door het RIVM geadviseerde hygiënische en sociale maatregelen, dient deze groep zeer alert te zijn en bij twijfelachtige klachten direct zijn/haar behandelend arts te raadplegen. De meeste dermatologen proberen indien mogelijk de dosering van de bovengenoemde medicaties tijdelijk te verminderen. Daardoor wordt het immuunsysteem minder onderdrukt en wordt de kans op besmetting ook kleiner. Het is wel belangrijk dat je nooit zonder overleg met je dermatoloog met je medicijnen stopt.
Blog: Dr. E. Navadeh, Nationaal Huidcentrum
Immunsuppressiva werden hauptsächlich eingesetzt zur:
Darüber hinaus werden sie unter anderem auch zur Behandlung von Allergien, Hauterkrankungen, Augenerkrankungen, Krebs oder bei Bronchialasthma angewendet.
Da das Immunsystem Fremdkörper bekämpft, wird nach einer Organtransplantation eine immunsuppressive Therapie notwendig. Die Einnahme von Immunsuppressiva ist für betroffene Patient*innen lebensnotwendig. Denn ohne die Medikamente würde der Körper das transplantierte Organ abstoßen. Mit der Unterdrückung des Immunsystems wird diese Abstoßungsreaktion verhindert.
In den ersten Wochen nach der Transplantation ist die Gefahr einer Abstoßungsreaktion am größten. Deshalb beginnt die Therapie in der Regel mit mehreren Medikamenten und einer hohen Dosierung. Im Laufe der Zeit reduzieren sich die Anzahl der Medikamente und die Dosierung – sie werden aber nie komplett abgesetzt. Nach einer Transplantation müssen Immunsuppressiva ein Leben lang eingenommen werden.
Eine Autoimmunerkrankung entsteht aufgrund einer Fehlfunktion des Immunsystems. Warum diese auftritt, ist bisher nicht vollständig geklärt. Autoimmunerkrankung lassen sich nicht heilen, sie sind aber gut behandelbar. Bei der Therapie wird dabei auch auf Immunsuppressiva gesetzt, um die fehlerhafte Immunreaktion gegen den eigenen Körper zu unterdrücken.
Sie kommen unter anderem zum Einsatz bei:
Promovenda Floor Garritsen onderzocht welke orale immunosuppressiva worden voorgeschreven bij ernstige of moeilijk behandelbare constitutioneel eczeem. Ook bekeek ze de veiligheid hiervan op langere termijn. In combinatie met prednison kan het tot problemen leiden. “Daarom wordt prednison liefst zo kort mogelijk voorgeschreven.”
Een klein deel van de patiënten met constitutioneel eczeem heeft een dusdanig ernstige of moeilijk behandelbare vorm dat behandeling met orale immunosuppressiva noodzakelijk is. Promovenda Floor Garritsen, AIOS dermatologie, wilde weten wat dan precies wordt voorgeschreven. Ze deed een data-evaluatie op basis van gegevens van het AMC Amsterdam en het UMC Utrecht en een landelijke search op basis van een apotheek-database. Hoewel ciclosporine het enige geregistreerde klassieke orale immunosuppressieve geneesmiddel is voor de behandeling van constitutioneel eczeem, kwam uit haar onderzoek naar voren dat in de afgelopen jaren ook methotrexaat en azathioprine veel werden voorgeschreven. “Het kan zijn dat behandelaars zich inmiddels meer vertrouwd voelen om deze medicijnen voor te schrijven”, zegt ze. “Maar het kan ook betekenen dat patiënten vanwege de bijwerkingen van ciclosporine inmiddels de overstap hebben moeten maken naar methotrexaat of azathioprine.”