Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Het melanoom is, na het basaalcel- en het plaveiselcelcarcinoom, de op twee na meestvoorkomende soort huidkanker. De incidentie van melanomen is tussen 1989 en 2008 jaarlijks toegenomen met 4,1% en stijgt het snelst onder 65-plussers.3 Het melanoom komt bij vrouwen vaker voor dan bij mannen, maar er overlijden meer mannen aan (de gevolgen van) een melanoom. Bij mannen tussen de 30 en 45 jaar is het melanoom het meestvoorkomende type kanker.4
In 2010 zijn er bij het IKNL 4665 melanomen geregistreerd, dat wil zeggen dat 26,4 per 100.000 mannen en 29,7 per 100.000 vrouwen een melanoom kregen. Dit komt neer op ongeveer 1 melanoom per 2-3 jaar per modale huisartsenpraktijk. In 2010 overleden in Nederland 350 vrouwen en bijna 450 mannen aan een melanoom,3 een sterfte van 5,4 per 100.000 mannen en 4,0 per 100.000 vrouwen.2 Een van de oorzaken voor dit verschil in sterfte is dat melanomen bij mannen ten tijde van de diagnose vaker vergevorderd zijn.
El tratamiento para el melanoma in situ suele ser bastante simple. En un consultorio médico, se puede realizar un procedimiento ambulatorio en el cuál, el melanoma se elimina de la piel, un proceso que el personal médico llaman resección o ablación.
La opción de tratamiento para el melanoma en la etapa temprana es un procedimiento de escisión amplia. La característica clave de pronóstico en el melanoma es el espesor [en milímetros] del melanoma, que se basa en la biopsia inicial de la lesión.
La cantidad de piel que debe ser retirada junto al melanoma, depende de los resultados de la biopsia. El consenso para el tratamiento del melanoma in situ es quitar un diámetro de medio centímetro alrededor de la lesión o del sitio inicial de la biopsia. El consenso para el tratamiento de melanomas con menos de 2 milímetros de espesor es eliminar un diámetro de 1 centímetro, si es posible, alrededor de la lesión.
Si el melanoma es más grande en tamaño, el médico puede necesitar eliminar más piel, además de la biopsia realizada. En los melanomas de más de 2 milímetros de espesor, el consenso es extirpar un área de 2 centímetros de diámetro alrededor de la lesión. Si el melanoma puede diseminarse a los ganglios linfáticos en las proximidades del melanoma inicial, se debe realizar una biopsia de los ganglios linfáticos, esto ocurre cuando el melanoma es mayor de 1 mm de espesor o cuando los ganglios están muy cercanos a la zona inicial. Esto procedimiento se conoce como escisión amplia.
Your dermatologist or oncologist (doctor who specializes in cancer) uses the stage to determine how best to treat the cancer.
The stages of melanoma are:
Stage 0 (melanoma in situ): Cancer cells are found only in the outermost layer of the skin, which is the epidermis. In this earliest stage, melanoma is highly treatable.
Stage 1: The melanoma has grown deeper, so it reaches into the next layer of skin, the dermis. This means the melanoma has become invasive, but it’s still highly treatable.
Stage 2: The melanoma is still only in the epidermis and dermis, but the tumor is deeper. In this stage, there is more risk of melanoma spreading.
Stage 3: The cancer cells have spread beyond the skin. Cancer is found in the lymph node(s) or lymph vessel(s) that are closest to where the melanoma started.
Stage 4 (metastatic melanoma): The cancer has spread beyond the closest lymph node(s) to one or more parts of the body.
Bij ‘verdachte moedervlek’ moet er altijd gekeken worden of het een banale naevus betreft of een atypische naevus. Van alle melanomen ontstaat 10-20% uit een atypische naevus [ figuur 1 ].12
De ‘E’ in de [ tabel ] staat voor evolution . Deze term, die in de literatuur het meest gebruikt wordt, verwijst naar een snelle (in maanden te rekenen) verandering in de kleur, grootte of structuur van de naevus. Ook de termen elevation en erytheem worden echter weleens gebruikt als uitleg bij de ‘E’.
Wanneer een klinisch atypische naevus bij histologisch onderzoek tekenen van onrust laat zien, maar onvoldoende om te spreken van een melanoom, noemt men de naevus dysplastisch. Een dysplastische naevus is dus een histologische diagnose.
Steeds meer huisartsen gebruiken bij het beoordelen van naevi een dermatoscoop, De diagnostische waarde van dermatoscopie is in diverse onderzoeken geëvalueerd, ook voor niet-ervaren dermatologen en niet-dermatologen. Daaruit blijkt dat de diagnostische vaardigheid van niet-ervaren clinici significant minder groot is, dus de dermatoscoop lijkt minder geschikt voor huisartsen die geen specifieke vaardigheden hebben in het beoordelen van melanocytaire laesies.13
Er zijn twee epidermale varianten van het melanoma in situ. Lentigo maligna (ziekte van Dubreuilh) komt meestal voor bij oudere vrouwen. Het is meestal gelokaliseerd in het gelaat en is klinisch te herkennen aan een grillig gevormde macula met onregelmatige (donker)bruine pigmentaties [ figuur 2 ]. Bij 5% van de patiënten met een lentigo maligna treedt in 10-15 jaar progressie op naar een lentigo-malignamelanoom.14 Klinisch komt dit vaak tot uiting door de ontwikkeling van een papel of nodulus in de macula. Een tweede variant van het melanoma in situ is het superficieel spreidend melanoom, dat een kenmerkende horizontale groeiwijze heeft.