Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Bij het vermoeden van osteochondritis dissecansosteochondritis dissecans, osteomyelitisosteomyelitis of een maligniteit wordt beeldvormend onderzoek en/of laboratoriumonderzoek aangevraagd. 5
Knieartrose: waarschijnlijk bij aanwezigheid van de volgende drie criteria: De volgende bevindingen maken de diagnose knieartrose waarschijnlijker: Iliotibiale bandsyndroom: bij pijn ter hoogte van de laterale femurcondyl tijdens of na het sporten.Ziekte van Osgood-Schlatter: bij pijn tijdens of na sporten, (druk)pijnlijke zwelling ter hoogte van tuberositas tibiae, veelal unilateraal.
Andere diagnosen waarop de huisarts alert dient te zijn: meniscusletsel : knietrauma in het verleden, recidiverende hydrops, al dan niet met slotverschijnselen (zie de NHG-Standaard Traumatische knieklachten), referred pain (pijn veroorzaakt door aandoening buiten de knie, bijvoorbeeld de heup): afwijkingen bij bewegingsonderzoek van de heup.
Minder vaak voorkomende aandoeningen zijn: jicht, andere inflammatoire artritiden en septische artritis (zich vaak uitend door een warm, gezwollen gewricht, zie NHG-Standaard Artritis). Daarnaast moet de huisarts alert zijn op maligniteiten, juveniele artritis en osteochondritis dissecans (vallen buiten het bestek van deze standaard).
Gezien de lage resistentie die we vonden voor S. aureus in de commensale microbiota zullen hieraan gerelateerde huidinfecties in Nederland goed te behandelen zijn met de orale antibiotica die in de NHG-Standaard aanbevolen worden. De uiteindelijke effectiviteit van het antibioticum is uiteraard nog van vele andere factoren afhankelijk, zoals bijvoorbeeld het ziektebeeld en de therapietrouw van de patiënt.
De data waarop deze tekst is gebaseerd zijn verzameld in het kader van de APRES-studie. De studie is gesubsidieerd door de Europese Commissie en heeft in negen Europese landen de resistentiepatronen in commensale S. aureus, voorschrijfdata en nationale behandelrichtlijnen geanalyseerd. In de APRES-studie is samengewerkt tussen het NIVEL en de universiteiten van Maastricht, Antwerpen en Nottingham. Meer informatie is te vinden op www.nivel.eu/apres.
Genua vara en genua valga worden niet meer besproken, omdat standsafwijkingen meestal geen klachten geven.
Na publicatie in H&W worden er soms nog wijzigingen doorgevoerd in de NHG-Standaard. Zie voor de meest recente versie www.nhg.org/standaarden
Bij de meeste knieaandoeningen kan worden volstaan met voorlichting en adviezen.Bij pijnklachten van de knie bij kinderen en adolescenten wordt geadviseerd om activiteiten die pijn uitlokken te verminderen. Dit advies sluit aan bij de gangbare praktijk, maar is niet wetenschappelijk onderbouwd.
Knieartrose is een klinische diagnose, waarbij in de huisartsenpraktijk beeldvormend onderzoek niet wordt aanbevolen.
Bij knieartrose stimuleert de huisarts een actieve leefstijl van de patiënt.Voedingssupplementen (glucosamine, chondroïtine) worden niet aanbevolen voor de behandeling van knieartrose.
Op dit moment worden vooral de virale verwekkers SARS-CoV-2, RS, influenza en rhinovirus gedetecteerd bij acute luchtweginfecties in de huisartsenpraktijk. Ziekenhuizen melden een toename van pneumonieën veroorzaakt door Mycoplasma pneumoniae. Een toename van deze (atypische) verwekker wordt ook teruggevonden in de keel- en neusmonsters in de Virologische weekstaten, zie: RecenteVirUitslagen27w | RIVM. De toename van het aantal pneumonieën bij kinderen wordt ook in andere landen (binnen en buiten Europa) gezien en wordt veroorzaakt door dezelfde (bovengenoemde) pathogenen.
Het medicamenteuze beleid voor huisartsen bij vermoeden van pneumonie is beschreven in de NHG-standaard Acuut hoesten | NHG-Richtlijnen.
Bij vermoeden van een pneumonie is het antibioticum amoxicilline nog steeds eerste keus. De reden hiervan is dat een pneumonie regelmatig wordt veroorzaakt door een pneumokok (S Pneumoniae). Een klein percentage van de pneumokokken is resistent tegen doxycycline.
Echter, gezien de huidige verheffing met de atypische verwekker Mycoplasma pneumoniae, is het extra van belang om na 2 dagen het effect van uw behandelbeleid te evalueren.
Wissel bij onvoldoende effect laagdrempelig naar (tweede keus) antibioticum doxycycline (of naar een macrolide zoals azithromycine).