Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Leven met kanker is niet vanzelfsprekend. Kanker en de behandeling ervan hebben vaak grote invloed op het dagelijks leven. Niet alleen op het lichaam maar ook op de geest.
De behandeling van melanoom heeft vaak gevolgen, soms voor de rest van het leven. Mensen met melanoom kunnen te maken krijgen met de volgende klachten:
Kanker gaat samen met veel emoties. Bijvoorbeeld onzekerheid over de toekomst of angst voor pijn of voor terugkeer van de kanker. Bespreek deze angst met de arts. Ook emoties zijn goed om te bespreken en vaak is ook hier iets aan te doen.
Vermoeidheid na kanker komt veel voor. Ook bij mensen met melanoom. Dat kan door de ziekte zelf komen, maar ook door de behandeling. Als de vermoeidheid er 6 maanden na de behandeling nog is, heet het chronische vermoeidheid. De arts kan hier een oplossing voor zoeken, bijvoorbeeld hulp van een psycholoog.
Na een lymfeklieroperatie kan lymfoedeem optreden. Bij lymfoedeem hoopt zich erg veel vocht en eiwitten op in bijvoorbeeld een arm of been. Lymfoedeem is meestal blijvend. Het is wel te behandelen, zodat de klachten minder worden.
Melanoom kan pijnklachten geven. Er kunnen veel oorzaken zijn voor de pijn. Bijvoorbeeld als de tumor op een weefsel duwt, of als er uitzaaiingen zijn. Ook kan een behandeling met bestraling of chemotherapie kan pijn geven. Bespreek dit met de arts. Vaak is er iets aan te doen.
Na de behandeling van een melanoom hoef je niet helemaal uit de zon te blijven. Bescherm je wel tegen zonnestraling door beschermende kleding of zonnebrandcrème. Extra zonnen en onder de zonnebank gaan wordt afgeraden.
Verschillende zorgverleners kunnen extra begeleiding bieden. Zowel in als buiten het ziekenhuis. Probeer iemand te vinden die ervaring heeft met het begeleiden van mensen met kanker.<
Wanneer melanoom ontstaat vanuit een moedervlek zal deze meestal veranderen in kleur, vorm of grootte. De moedervlek kan gaan jeuken of spontaan gaan bloeden. Melanoom kan ook spontaan ontstaan, zonder dat er eerst een moedervlek heeft gezeten. Veranderingen van je eigen huid die kunnen wijzen op melanoom zijn te onthouden via de ABCDE methode:
A– Asymmetry: de ene helft van een moedervlek hoort te lijken op de andere helft.
B– Border (rand): de rand is onregelmatig of vaag.
C– Color (kleur): de kleur verandert of de plek heeft verschillende kleuren.
D– Diameter: de plek groeit of is erg groot.
E– Evolution (verandering): de plek verandert snel.
Bron schema: HUID&haar (mei 2013), Frans Meulenberg. Foto’s: UMCG (prof. dr. M.F. Jonkman), LUMC (prof. dr. W. Bergman).
Er zijn verschillende soorten melanomen, afhankelijk van de plek, groeiwijze en het soort pigmentatie.
Oppervlakkig spreidend melanoom (SSM, Engels: superficial spreading melanoma)
Dit is het meest voorkomende type melanoom. Het oppervlakkig spreidend melanoom groeit langzaam en alleen oppervlakkig in de bovenste huidlaag. Een verdachte plek wordt bij voorkeur zo vroeg mogelijk verwijderd om de kans op diepere ingroei en uitzaaiingen te verkleinen.
Nodulair melanoom (NM)
Het nodulair melanoom wordt ook wel gezien als een latere fase van het SSM, waarbij het behalve oppervlakkig ook dieper gaat groeien door meerdere huidlagen heen. Dit type groeit sneller dus is veel agressiever en minder gunstig.
Lentigo Maligna melanoom (LMM)
Een lentigo maligna melanoom ontstaat vanuit een lentigo maligna, die vrijwel alleen in de bovenste huidlaag in het gezicht voorkomt. Zodra LM verder de diepte in gaat groeien (dit gebeurt bij ongeveer 5%) heet het een melanoom (LMM). De plek groeit langzaam, maar zaait wel snel uit en moet daarom ook snel herkend en behandeld worden.
Een plek die verdacht is voor melanoom, ongeacht het type, zal altijd ruim chirurgisch worden verwijderd en daarna worden onderzocht door een patholoog. Indien er bevestigd wordt door de patholoog dat het om een melanoom gaat, dan zal er nog een tweede verwijdering gedaan worden, die ruimer is dan de eerste en vaak ook dieper (afhankelijk van de grootte en dikte die de patholoog heeft gemeten). Er zal door de arts gevoeld worden of er vergrote lymfeklieren in de buurt van de plek zijn, eventueel kan hier uitgebreider onderzoek naar worden gedaan. Indien het melanoom uitgezaaid is, zullen er meerdere artsen (bijvoorbeeld een oncologisch internist) worden betrokken bij het verdere behandel plan.
Bij sommige melanomen zal periodiek controle van de huid plaatsvinden door een dermatoloog. De dermatoloog bekijkt het litteken van de verwijderde plek en inspecteert of er ergens anders nieuwe plekken zijn ontstaan of bestaande moedervlekken onrustig zijn geworden. Daarnaast wordt altijd naar de lymfeklieren gevoeld.
Huidkanker is een steeds groter wordend probleem in de westerse wereld. De prevalentie blijft stijgen en daarmee legt de aandoening een toenemend beslag op de capaciteit van de gezondheidszorg.
De twee belangrijkste vormen van huidkanker zijn het melanoom (ongeveer 20%) en niet-melanocytaire huidkanker (ongeveer 80%). Daarnaast is er nog een kleine restgroep met zeldzame vormen van huidkanker, zoals lymfomen, talgkliercarcinomen en merkelcelcarcinomen. In een eerder artikel hebben wij de verschillende soorten niet-melanocytaire huidkanker behandeld,1 in dit artikel bespreken wij de melanomen, maligne tumoren die ontstaan uit melanocyten. Melanomen zijn agressieve tumoren, die de neiging hebben tot metastaseren.
We zullen ons in dit artikel met name richten op de klinische aspecten van het voorstadium, de atypische naevus, en de verschillende typen melanomen. Daarnaast komen het aanvullend onderzoek, de prognose en de behandeling aan de orde. Dit artikel is in belangrijke mate gebaseerd op de vernieuwde landelijke richtlijn Melanoom van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), die in 2012 verschenen is.2
Als de huisarts het plekje op de huid niet vertrouwt, geeft hij of zij een verwijzing naar een dermatoloog. Een dermatoloog is een huidarts.
Het onderzoek naar een melanoom begint eigenlijk altijd met het weghalen van het plekje. De dermatoloog verwijdert het plekje en snijdt eromheen ook een extra randje gezonde huid weg.
Onderzoeken om uitzaaiingen op te sporen:
Een melanoom kan uitzaaien. Dat gebeurt als er kankercellen losraken van het melanoom. De uitzaaiingen komen het eerst in de lymfeklieren in de buurt van het plekje. Die klier heet de schildwachtklier.
Tijdens het onderzoek verwijdert de arts de schildwachtklier om hem verder te kunnen onderzoeken. In het laboratorium kijkt de patholoog of er uitzaaiingen in de klier zitten.
Zijn er lymfeklieren gevonden die vergroot zijn? Dan gebruikt de arts een echo om te kijken of er uitzaaiingen in lymfeklieren zitten.
Een echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Deze golven hoor je niet. De weerkaatsing (echo) van de golven maakt organen en weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Zo kan de arts de organen in het lichaam bekijken en een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.
Tijdens het onderzoek smeert de arts of echolaborant gel op de huid. Hij of zij beweegt een klein apparaatje over de huid dat de geluidsgolven uitzendt.
Bij een punctie haalt de arts vocht uit de lymfeklieren weg om te onderzoeken op uitzaaiingen. Dat gebeurt met een dunne, holle naald. Een patholoog onderzoekt het vocht onder de microscoop.
Soms maakt de arts ook gebruik van echografie of een scan. Zo kan de arts precies zien wat hij of zij doet.
Als er een kans is dat het melanoom is uitgezaaid, kan de arts een CT-scan aanvragen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Het scan-apparaat maakt gebruik van röntgenstraling en een computer.