Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Op grond van onderstaande kenmerken van het basaalcelcarcinoom adviseert uw arts u over de behandeling:
In de meeste gevallen zal een basaalcelcarcinoom onder plaatselijke verdoving operatief worden verwijderd. Andere behandelmogelijkheden zijn celdodende zalven (5-FU creme, Imiquimod), vloeibare stikstof, photodynamische therapie (PDT) en bestraling (radiotherapie). Uw dermatoloog kan uitleggen wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende behandelingen. Bij de behandeling wordt gestreefd naar een optimaal cosmetisch resultaat en het behouden van de functie.
De belangrijkste behandeling van de meeste huidgezwellen verloopt chirurgisch. Ook chemotherapie, immuuntherapie, doelgerichte therapie en radiotherapie wordt toegepast voor maligne melanomen.
Een ingreep onder lokale verdoving vereist een of meerdere inspuitingen in de huid met een verdovingsmiddel. Doorgaans wordt hiervoor lidocaïne gebruikt. De inspuitingen gebeuren met een fijne naald en geven een kortstondig vervelend, branderig gevoel. Snel daarna wordt de huid ongevoelig voor pijn. Aanrakingsgevoeligheid blijft behouden, het is dus heel normaal dat je nog voelt dat er ‘iets gebeurt’ zonder dat je enige pijn voelt. De verdoving houdt na inspuiting gemiddeld 2 tot 3 uur aan.
Voordelen van lokale verdoving zijn (onder meer) dat je:
PDT (photodynamic therapy, fotodynamische therapie) is een selectieve methode voor het behandelen van premaligne en maligne huidafwijkingen.
De techniek gebruikt een stof die in crèmevorm op de te behandelen zone wordt aangebracht en die specifiek door de tumorcellen wordt opgenomen. Het product blijft drie uren onder verband inwerken. Nadien wordt de huid belicht met een fel rood licht waardoor de opgenomen stof geactiveerd wordt, die de tumorcellen beschadigt. De techniek is vooral geschikt voor oppervlakkige letsels (
Bij aktinische keratosen wordt vaak een ganse huidzone met het product ingesmeerd om de letsels zelf en hun vroege voorlopers in een specifiek gebied te behandelen.
Immuuntherapie vóór een operatie bij patiënten met uitgezaaide huidkanker blijkt bijzonder goed te werken. Negenvijftig procent van de patiënten reageert zo goed op deze vorm van behandelen dat er geen nabehandeling meer nodig is. Dit blijkt uit de resultaten van de NADINA-studie die vandaag gepresenteerd worden in Chicago.
De NADINA-studie, geleid door onderzoekers van het Antoni van Leeuwenhoek, is eerder dit jaar aangewezen door het wetenschappelijke vakblad Nature Medicine als een van de elf klinische studies die een grote impact gaan hebben op de geneeskunde in 2024. Die verwachting maakt de studie nu meer dan waar. Dat blijkt uit de resultaten die internist-oncoloog en onderzoeksleider Christian Blank vandaag presenteert op het hoogste podium (plenaire sessie) tijdens ASCO 2024, het internationale congres van de American Society of Clinical Oncology in Chicago. Tegelijkertijd worden de resultaten ook gepubliceerd in het toonaangevende New England Journal of Medicine (NEJM).
Bij 59% van de patiënten die immuuntherapie vóór de operatie kregen, was de tumor bijna compleet of volledig verdwenen, waardoor geen aanvullende behandeling nodig was.
Christian Blank Internist-oncoloog en Onderzoeksleider