Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen
Meestal kunt u voetschimmel goed zelf behandelen. Zo gaat u ook tegen dat u de schimmel doorgeeft aan anderen.
U kunt voetschimmel behandelen met een crème met een middel tegen schimmel. Zoals terbinafine op de huid , miconazol op de huid of clotrimazol op de huid . U kunt dit zonder recept kopen bij de drogist of apotheek.
Terbinafine-crème hoeft u minder vaak en minder lang te smeren dan de andere crèmes. Ze werken even goed.
Miconazol kan de werking van sommige bloedverdunners veranderen. Gebruikt u bloedverdunners? Vraag uw huisarts of u dan crème met miconazol wel mag gebruiken.
Als u voetschimmel heeft aan de zijkant of onderkant van uw voet, zit de schimmel meestal diep in de huid. Dan werkt crème tegen schimmel vaak niet goed genoeg.
Uw huisarts kan u dan een recept geven. Meestal krijgt u dan terbinafine tabletten (pillen). U slikt elke dag 1 pil, doe dit 2 weken lang. Maak alle pillen op. Stop niet eerder, ook niet als uw klachten al weg zijn.
Pillen tegen schimmels zijn sterke medicijnen. Dit is belangrijk om te weten:
Als je last hebt van eczeem, is het zaak om je voedingspatroon en/of levensstijl enigszins aan te passen. Naast de natuurlijke behandelingen waar ik later op terug kom, zijn er in ieder geval een paar algemene adviezen:
Het atopisch eczeem vormt een onderdeel van het “atopisch syndroom” . Hieronder vallen ook astma (benauwdheid en piepen), hooikoorts (verstopte neus, tranende ogen, niezen) en voedingsallergie (bijvoorbeeld voor pinda’s of noten) Vaak heeft de patiënt één of meerdere familieleden met één of meerdere van deze vier ziektebeelden. Het is inmiddels duidelijk dat een kind met atopisch eczeem ook later klachten kan krijgen van hooikoorts, astma of voedingsallergie. Andersom is het ook mogelijk. Een kind die op jonge leeftijd al symptomen heeft van hooikoorts of astma kan later ook eczeem ontwikkelen.
Atopisch eczeem is genetisch bepaald en kan daarom niet worden genezen. De aanleg voor atopisch eczeem wordt erfelijk overgedragen en kan al snel na de geboorte tot uiting komen. Studies tonen aan dat er niet één maar meerdere genen (= dit zijn stukjes erfelijk materiaal gelegen op de chromosomen ) gerelateerd zijn aan het ontstaan van atopisch eczeem. Zeker één deze genen is betrokken bij de opbouw van de huid barrière. Andere genen spelen een rol bij het ontstaan van het overgevoelig afweersysteem bij eczeem.
Mutatie filaggrine eiwit. Een deel van de patiënten met atopisch eczeem heeft een mutatie in het gen die verantwoordelijk is voor het aanmaken van filaggrine eiwit. Filaggrine ( oftewel: filament aggregating protein) heeft een belangrijke rol in de functie van de huid barrière. Filaggrine speelt een belangrijke rol in het dicht houden van de huid en ook als natuurlijke bevochtiger van de huid (zogenaamde “natural moisturizer) . Bij mutaties in dit gen ontstaat een droge huid en een verslechterde huidbarrière. De huid is hierdoor constant “lek”. Door dit verstoorde huid barrière kunnen bacteriën en virussen gemakkelijker van buitenaf de huid binnendringen maar vice versa ook water en voedingstoffen van binnenuit naar buiten ontsnappen. Waarschijnlijk hebben mensen met atopisch eczeem ook mutaties in andere genen die ook andere huidbarrière eiwitten aanmaken, maar dit wordt momenteel nog onderzocht. Verder zijn er aanwijzingen dat dit defect in de huidbarrière een ontstekingsreactie uitlokt bij eczeem, wat de klachten van roodheid, zwelling en jeuk kan verklaren. Het afweersysteem probeert hiermee het defect in de huid dus op te lossen maar veroorzaakt tegelijkertijd juist meer problemen voor de persoon met eczeem.