Blog

Tubereuze sclerose - Huidziekten en Hun Impact

Begeleiding

  1. Bij ongeveer 50% van de kinderen met TSC doen zich geen grote problemen voor
  2. TSC kan echter gedurende lange tijd tot een reeks van problemen aanleiding geven. Begeleiders kunnen ouders bijstaan met praktische adviezen aangaande leefwijze, spel, stimulering van de cognitie en opvoeding tot eigen verantwoordelijkheid van het kind.
  3. Alle gedragsproblemen die zich voordoen bij slaapstoornissen, epilepsie, autisme, ADHD en zwakzinnigheid kunnen afzonderlijk of in combinatie voorkomen bij kinderen met TSC en behoren op de daarbij passende wijze te worden aangepakt. Medicatie of verbetering van medicatie valt te overwegen bij slaapstoornissen, ADHD en epilepsie
  4. TSC kan bij uitzondering aanleiding geven tot zeer complexe en hardnekkige gedragsproblemen waar oplossingen moeilijk voor te bedenken zijn. In zulk geval kunnen zorgverleners via het Centrum voor Consultatie en Expertise (www.cce.nl ) een beroep doen op het TSC-Expertiseteam
  5. De huidafwijkingen kunnen leiden tot gevoelens van schaamte en tot belemmering van het sociale functioneren. Alleen al om deze reden moeten begeleiders aandringen op vroegtijdige dermatologische behandeling
  6. Voor advies over onderwijs en schoolkeuze is deskundige evaluatie van het cognitieve en sociale functioneren nodig wanneer de ontwikkeling van het kind met TSC daar aanleiding toe geeft. Te beantwoorden vragen zijn onder andere: wat kan het kind cognitief aan, hoe kan het cognitieve functioneren het beste worden gestimuleerd, hoe kan het kind tot succes worden gebracht in sport en spel. Herbeoordeling is gewenst als zich een probleem voordoet in de schoolcarrière

Jens heeft al bij zijn geboorte niet-gepigmenteerde vlekken op de huid. De eerste epileptische aanval doet zich voor in zijn zesde levensjaar. Onderzoek leidt tot de diagnose TSC als gevolg van een mutatie in het TSC1 gen . Verschillende anti-epileptica worden geprobeerd, maar aanvallen blijven voorkomen. Cognitief en sociaal functioneert Jens goed. Zijn schoolloopbaan verloopt naar wens.

Introduction

Some manifestations, such as cardiac rhabdomyomas or cortical tubers, may be present prenatally. Other signs, including renal and pulmonary lesions, are commonly diagnosed in adulthood.[2][3] The presentation of the disease will vary depending on the individual's developmental stage. While skin lesions are detected in 90% of patients of all ages, hypopigmented macules are usually found in early childhood. Ungual fibromas appear near puberty, and facial angiofibromas are more common in adolescence.[2] This disease has a highly variable clinical course. The prognosis may be uncertain, and follow-up requires a comprehensive evaluation, often in specialized institutions. This disorder may be overwhelming for some patients and family members, thus, education and counseling play a vital role.[1][4]

TSC1 and TSC2 Gene Mutations

There are 2 specific gene mutations:

TSC1 mutation occurs on chromosome 9 and is related to hamartin protein production. TSC2 is on chromosome 16 and affects tuberin protein production.

Hamartin and Tuberin Protein

Hamartin and tuberin play a role in a complex that controls cell growth and division in the body. These proteins modulate gene transcription and suppress tumor growth.[7]

Role in Central Nervous System Development

TSC1/TSC2 mutations inactivate the inhibitory TSC protein complex, allowing aberrant activation of the mTOR pathways. The role of mTOR is to regulate cell growth and metabolism through the multimeric complexes mTORC1 and mTORC2. The complex mTORC1 integrates inputs from growth factors, amino acids, energy status, and hypoxia stressors to phosphorylate p70S6K and 4E-BP1 and promote cell proliferation. Without the TSC protein complex, the RAS homolog Rheb hyperactivates mTORC1. This reprogramming inhibits autophagy and favors anaerobic glycolysis. Therefore, mTORC1 aids solid tumor formation.[8][14]

Les origines de la maladie

L'origine de la maladie est génétique et héréditaire.

La transmission concerne des mutations au niveau des gènes TSC1 et TSC2. Ces gènes d'intérêt entre en jeu dans la formation des protéines : hamartine et tuberine. Ces deux protéines permettent, par un jeu interactif, de réguler la prolifération cellulaire.

Les patients atteints de la maladie naissent avec au moins une copie de ces gènes mutée dans chacune de leurs cellules. Ces mutations limitent alors la formation d'hamartine ou de tubertine.

Dans le cadre où les deux copies du gène sont mutées, celles-ci empêchent totalement la production de ces deux protéines. Cette déficience protéique ne permet donc plus à l'organisme de réguler la croissance de certaines cellules et, en ce sens, entraîne le développement de cellules tumorales au niveau de différents tissus et/ou organes.

Inleiding

Tubereuze sclerose complex (TSC) behoort tot de neuro cutane aandoeningen. De ziekte treft de hersenen en de huid, maar ook nieren, longen en andere organen kunnen bij de ziekte betrokken zijn. Een “tuber” is een gezwel of bult, “sclerose” betekent verharding en “complex” is aan de naam toegevoegd vanwege de grote verscheidenheid aan verschijnselen van de ziekte. De hersenaandoening uit zich vooral in epilepsie , zwakzinnigheid en autisme . Toch worden deze verschijnselen niet gerekend tot de diagnostische kenmerken omdat ze bij zeer veel hersenaandoeningen voorkomen en dus niet bijdragen tot het onderscheid van TSC met andere ziekten.

Algemeen wordt opgegeven dat TSC voorkomt bij ongeveer 1 per 6000 levend geborenen (geboorte incidentie ). Gegevens van recent onderzoek ontbreken.

Voor 16:00 besteld: dezelfde dag verzonden
Gratis verzending vanaf € 75
Klantenservice met jaren ervaring
Gratis sample bij je bestelling!